Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast


Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.

Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.

Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.

zaterdag 10 november 2012

Vijfenveertig (15)

Het ongeluk

Als het nieuws van zeven uur begint op de radio klap ik mijn schoolboeken toe. Genoeg gestudeerd voor vandaag. Niet dat ik de hele dag achter mijn boeken heb gezeten. Vanmorgen ging ik turnen, daarna bereidde ik een heerlijke spaghetti voor mezelf en ik heb ook een paar uur met mijn vriendinnen aan de telefoon gehangen. Maar toch deed ik ook behoorlijk wat voor school.
Ik genoot ervan alleen thuis te zijn. Maar nu mogen mijn ouders wel stilletjes aan naar huis komen, vind ik. Zij reden vandaag een autorally. Mijn broer is met hen mee. Ik krijg honger en heb geen zin weer in mijn eentje aan tafel te zitten. Ik stop alvast een koek in mijn mond en nestel me nog even met een boek in de zetel.
Na een poos parkeert een wagen voor onze deur. Niet onze wagen. Een vreemde mijnheer en ons vader stappen uit. Een tel later staan ze in onze woonkamer.
‘We hebben een ongeluk gehad,’ zegt ons vader, ‘Onze auto is helemaal kapot. Ons moeder en L. liggen in Sint-Gillis-Waas in het ziekenhuis. Gelukkig is het niet al te erg.’
De betekenis van dat laatste dringt niet tot me door. Voor mij zijn ze op dat moment half dood. De grond onder mijn voeten wiebelt net als de plankendoorgang in het spookhuis op de kermis. Ik wil ons vader duizend en een dingen vragen, maar krijg niet zoveel over mijn lippen.
De vreemde mijnheer neemt afscheid. Ons vader en ik smeren ons elk een boterham. Terwijl we eten, vertelt ons vader hoe een andere wagen op hen is ingereden, hoe hun auto over kop ging en ons moeder door de voorruit is gevlogen. L. moet hierbij met zijn hoofd verschillende keren tegen het plafond zijn gebotst. Hij heeft een hersenschudding.
‘Ben jij dan niet gekwetst?’ vraag ik.
‘Ach,’ mijn nek doet wat pijn,’ zegt hij, ‘ Dat zal wel beteren. Ik had een houvast aan mijn stuur. Dat is mijn geluk geweest.’
Ik krijg de stukken brood haast niet doorgeslikt.
Even later is nonkel W. er. Hij voert ons naar het ziekenhuis. Daar cross ik de gangen door recht naar de kamer van L. Ons vader en nonkel W. kunnen me niet bijhouden.
L. moet een nachtje in het ziekenhuis blijven ter observatie. Morgen mag hij waarschijnlijk al naar huis. Als ik met mijn eigen ogen heb gezien dat hij er redelijk goed aan toe is, steven ik op de kamer van ons moeder af. Zij heeft meer pijn. Haar hele lijf zit vol glasscherven. Een van de volgende dagen opereren ze haar. Maar gelukkig is ook dit niets dodelijks.
Het bezoekuur is snel voorbij.
’ s Nachts hoor ik telkens weer wat ons vader me allemaal heeft verteld. Ik zie het ongeluk in mijn verbeelding gebeuren. Ook de film van het ziekenhuis speelt zich steeds opnieuw af. Ik val pas heel laat in slaap.


Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.

2 opmerkingen:

  1. Héél erg, Veerle !
    Ook zoiets onthou je dus...
    Lie(f)s.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dat is nu iets wat ik een week geleden zelf heb meegemaakt.

    BeantwoordenVerwijderen

Als het niet lukt hier te reageren en je toch graag je zegje wil doen, mag je altijd een woordje achterlaten op www.bloggen.be/sprokkels.

Dank voor je reactie!