Paaseieren
Paashaas
Paasbloemen
Paasklokken
...
Ik voel me paasbest
Marc
Marc schreef dit paasgedicht tijdens een poëzie-atelier voor mensen met een beperking dat ik begeleidde.
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.
Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.
Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
zaterdag 7 april 2012
dinsdag 3 april 2012
Dorpskoers
Ze had haar bloemetjesjurk aan en haar nieuwe bruine schoenen. Die knelden. Verder was er de hand van vader. Die liet ze niet los. Voor geen cent. Zoveel volk had ze nog nooit bij elkaar gezien. Staf van de bakker was er, en Lowie de schrijnwerker, en Pol van Lisette van op den hoek. Maar er waren ook heel veel mensen die ze nog nooit had ontmoet. Misschien was het wel hun eerste keer dat ze in het dorp kwamen. Het waren bijna allemaal mannen. Ze lachten en riepen. Sommigen dronken bier. Er was lawaai. Veel lawaai.
'Daar zijn ze,' bulderde iemand.
Iedereen ging wat dichter bij de straat staan. Er werd geduwd en getrokken.
'Komaan Rik!' klonk het van overal,'Vooruit!'
En zoef... de renners waren gepasseerd. Ze had ze niet eens goed gezien.
'De Rik heeft goei benen vandaag,' zei vader tegen de Staf.
Ze hield nog steeds zijn hand vast. Ze kneep hard en zweette ervan.
'Daar zijn ze,' bulderde iemand.
Iedereen ging wat dichter bij de straat staan. Er werd geduwd en getrokken.
'Komaan Rik!' klonk het van overal,'Vooruit!'
En zoef... de renners waren gepasseerd. Ze had ze niet eens goed gezien.
'De Rik heeft goei benen vandaag,' zei vader tegen de Staf.
Ze hield nog steeds zijn hand vast. Ze kneep hard en zweette ervan.
zondag 25 maart 2012
Zomeruur
Buurman heeft al jaren kippen en sinds kort ook een haan. Dit zorgt voor stress bij de dames. Dagelijks breken ze nu uit en leggen ze hun eieren op plekken waar ze vroeger niet durfden te komen. Een kip koos onze voortuin daarvoor uit.
Steevast om half tien stapt ze ons erf op. Ze kruipt dan door de buxushaag, dabbert de aarde erachter los en nestelt zich tussen de blauwe geraniums om haar ding te doen.
Nu we gisteren onze klok een uurtje verder hebben gezet, verwachtte ik haar vandaag natuurlijk later. Maar nee, hoor, terwijl de haan die haar tilt doet slaan zelf zo in de war is dat hij dag en nacht kraait, blijft mevrouw kip stipt. Ook vandaag was ze klokslag half tien daar. Ze is duidelijk van de wereld.
Steevast om half tien stapt ze ons erf op. Ze kruipt dan door de buxushaag, dabbert de aarde erachter los en nestelt zich tussen de blauwe geraniums om haar ding te doen.
Nu we gisteren onze klok een uurtje verder hebben gezet, verwachtte ik haar vandaag natuurlijk later. Maar nee, hoor, terwijl de haan die haar tilt doet slaan zelf zo in de war is dat hij dag en nacht kraait, blijft mevrouw kip stipt. Ook vandaag was ze klokslag half tien daar. Ze is duidelijk van de wereld.
dinsdag 20 maart 2012
Gedicht
Natuurlijk kan ik je niet horen,
maar ik hoor je schittering
in de stilte die
wegglipt in het zand.
Natuurlijk kan ik je niet ruiken,
maar ik ruik je glinstering
in de tajine die
de blauwe man voor me bereidt.
Natuurlijk kan ik je niet grijpen,
laat staan begrijpen dat je
miljarden jaren geleden besliste
deze nacht voor me te verlichten.
maar ik hoor je schittering
in de stilte die
wegglipt in het zand.
Natuurlijk kan ik je niet ruiken,
maar ik ruik je glinstering
in de tajine die
de blauwe man voor me bereidt.
Natuurlijk kan ik je niet grijpen,
laat staan begrijpen dat je
miljarden jaren geleden besliste
deze nacht voor me te verlichten.
zondag 18 maart 2012
[Wijvenweek] Het multitaskende superwijf
Zodra het eerste streepje licht in de lucht verschijnt wipt ze uit bed en start ze de dag met de zonnegroet. Na een meditatie, douche en lekker ontbijt zorgt ze voor lunchpakketten. Enkele dagen per week rijdt ze dan naar kantoor. Ze vult er haar dagen met schrijven, powerpoints ontwerpen, vragen van cliënten beantwoorden, huisbezoeken, interviews, infosessies geven,... De andere dagen vliegt ze thuis in de was, de strijk en de schoonmaak. Haar huis ziet er steeds piccobello uit. Toch heeft ze nog voldoende tijd om een taalboek, boeken voor eerste lezers, andere verhalen en poëzie te schrijven. Soms werkt ze daarvoor door tot in de late uurtjes, maar dat deert haar niet. Tussendoor doet ze haar boodschappen, bezoekt en ontvangt ze vrienden, richt ze haar huis knus in, maakt ze al eens een bloemstuk en volgt ze cursussen. Dagelijks geniet ze met Zoonlief van een vieruurtje, en een spel, wandeling of fietstocht. Ze begeleidt zijn huiswerk terwijl ze in haar kookpotten roert en een heerlijke maaltijd ineen flanst. Soms is het een beetje puzzelen, maar toch slaagt ze erin dagelijks met het hele gezin samen te eten. Ze fungeert regelmatig als taxi voor Zoonlief en zijn vrienden: naar de schermclub, de tekenschool, de jeugdbeweging,... Tussendoor weet ze ook zelf te sporten: een beetje yoga, wat fietsen en zwemmen. In het weekend vertoeft ze graag buiten: samen met Manlief hard werkend in de tuin of op uitstap met het hele gezin. Daarenboven is ze altijd te vinden voor wijnavonden en etentjes. De ene keer bindt ze daarbij zelf de keukenschort voor, de andere schuift ze aan bij vrienden of een gerenommeerde kok. Haar programma zit behoorlijk vol. Maar het geeft haar allemaal veel energie. Ze is dan ook steeds heel erg relax.
Dit multitaskend superwijf ben ik. In mijn dromen.
(multitaskend superwijf)
Meer wijvenweek-posts op wijvenblogs.be
Dank aan Ilse en Lilith voor de organisatie van deze week!
vrijdag 16 maart 2012
[Wijvenweek] Loslaten
Toen we pas in dit huis woonden kochten we de sofa van onze dromen. Hij zat erg makkelijk en zag er bovendien prachtig uit. Ik beleefde er vele heerlijke leesavonden in, vaak met Poeslief op schoot, en gezellige praatavonden met Manlief, soms met Poeslief tussen ons in.
Maar Poeslief gebruikte deze zetel ook voor andere doeleinden. Telkens als hij een stapje in de wereld wilde zetten krabte hij aan de stof om ons dat duidelijk te maken.
En toen wat later Zoonlief erbij kwam werd deze sofa ook meteen tot trampoline omgedoopt.
Je begrijpt dat hij er in de kortste keren niet meer uitzag.
We verhuisden hem naar de veranda. Daar kroop ik er tijdens een verloren uurtje nog eens in met een boek, maar praten met Manlief gebeurde voortaan in een nieuw exemplaar. Poeslief koos ook dat nieuwe exemplaar uit om te rusten. Zoonlief, die sprong lustig in de oude verder. Nu kon het toch niet meer kwaad, zei hij.
Toen we een dik jaar terug onze woonkamer verbouwden werd er doorgeschoven. Het nieuwe exemplaar kwam in de veranda terecht en onze droomsofa verhuisde naar de tuin.
We zouden het 'groot vuil' wel eens bellen om hem te laten ophalen. Maar om de een of andere reden gebeurde dat niet.
Op een zonnig moment las ik er nog wel eens een boekje in. Tot Poeslief overleed en hij een nog een tijdje op die zetel heeft gelegen voor we hem begroeven.
Je begrijpt dat de sofa er ondertussen nog veel minder uitzag. Hij was afgeschenen van de zon en vuil geworden door de regen en de wind.
Toen ik van een opleidingsweekend thuiskwam vond ik onze zetel zo terug:
Manlief en Zoonlief hadden er hun lusten op gebotvierd.
'Tja...,' zei Manlief, 'Het 'groot vuil' bellen kwam er toch niet van. Ik dacht, misschien kunnen we het hout erin nog branden in onze haard.'
'En ik heb hard gewerkt, ze!' zei Zoonlief, 'Er zat nog vanalles in de zetel dat ik kan gebruiken bij mijn knutseldingen.'
'Goed gedaan,' zei ik. Maar de film van alle herinneringen aan deze sofa speelde zich voor mijn ogen af.
En nog steeds vind ik het erg, echt erg, dat hij niet meer in onze tuin staat.
Maar veel zeg ik er niet van. Dat kan ik ook niet, want dan moet ik toegeven dat ik niet kan loslaten.
En dat wil ik niet gezegd hebben.
Want weet je, ik ben de eerste om Manlief en Zoonlief naar hun kop te slingeren dat ze meer spullen moeten weggooien omdat je nu eenmaal niet alles kan bewaren.
(Zelfcensuur)
Meer wijvenweek-posts op wijvenblogs.be
donderdag 15 maart 2012
[Wijvenweek] De doos
Geen tijd vandaag om over mijn eigen dromen uit te wijden. Daarom trakteer ik jullie op een verhaal dat ik enkele jaren geleden schreef, een droomverhaal.
Over mijn dromen kom je er niks mee te weten, echt niet, maar dit verhaal is wel hoe ik 'echt' schrijf.
De doos
Nu droom ik ook al overdag, denkt Yannick, als hij een zachte ‘ting’ hoort. Hij ligt languit in de sofa met een schaal zoute pinda’s op zijn buik. Voortdurend graait zijn hand er in als een grijparm in het lunapark in de bak met troetels. Een blik bier staat voor hem op de houten tafel. Op het scherm rollebolt een politie-inspecteur met een bloedmooie meid. Pas bij een tweede ‘ting’ heft Yannick zijn hoofd op. Zijn ma stapt naast haar fiets op de oprit.
Oh jee! Die moest toch de hele dag in het ziekenhuis werken? Als ze merkt dat Yannick niet op de schoolbanken zit, zwaait er wat.
Zijn hart gaat wild tekeer, alsof iemand er binnenin een drumsolo ten beste geeft. Hij springt overeind, drukt het dvd-toestel uit, grist de nootjes en het bier mee en vlucht de tuin in. Als de deur achter hem in het slot valt, klatert de garagepoort open.
Hij rent het grasperk over en verstopt zich achter de grote eik. Razendsnel gaat zijn borst op en neer, alsof hij net een marathon heeft gelopen. De drummer is naar zijn maag gezakt. Zijn ogen dwalen af naar de boomhut, die pa lang geleden voor hem heeft gebouwd. Zijn gedachten reizen met zijn ogen mee.
Plots is hij weer de zesjarige die bij de officiële inwijding in het bijzijn van ma en pa eerst een heuse speech afsteekt en daarna een fles kinderchampagne stuk slaat tegen de boomstam. En het feestvarken dat in de hut wacht op zijn taart, terwijl ma met de koek in haar handen naar boven klautert, een sport mist en pardoes op haar achterwerk valt. Gelukkig blijft de taart heel en kunnen ze haar nog opsmullen. Maar ook de boze jongen die een kras op de auto van pa heeft gemaakt en zich in de hut verstopt. Hij rolt de touwladder op, zodat pa hem zeker niet te pakken kan krijgen. Pa zoekt niet eens. Als het donker wordt, en hij een reuzenhonger heeft, kruipt hij uit zijn schuilplaats. Nooit klimt hij nog naar boven.
Hijzelf sluipt met zijn gedachten mee langs de forsythia, over het bruggetje, achter de kerselaar tot aan de ladder. De touwen wiebelen onder zijn gewicht. De treden lijken nu dichter bij elkaar te staan. Boven haalt hij de pils uit zijn broekzak en neemt een slok. Het spul smaakt nog bitterder dan anders. Hij zet zich op de verweerde planken neer. Zijn voeten raken bijna de wand aan de overkant. De hut is slechts een miniatuur van wat ze vroeger was. Naast hem ligt een stapel oude strips. Even bladert hij in het bovenste nummer. Het ruikt muf en de pagina’s zijn vergeeld. Ze bollen ook op. Als hij het boek weer op de berg gooit, schuiven de tekenverhalen alle kanten op. Een zwart rubberen ding komt te voorschijn.
Maar dat is zijn verrekijker. Hij had er geen idee van dat die hier was achtergebleven.
Zonder nadenken duwt hij de kijker tegen zijn ogen en tuurt door het raam naar het huis.
Zijn ma zit met opgetrokken benen in de rieten pauwstoel op de veranda. Haar schoenen heeft ze uitgeschopt. Op haar knieën rust een witte doos met blauwe letters. Als een robot plukt ze er telkens weer iets uit en stopt het in haar mond. Als ze zijn ma niet was, zou hij durven wedden dat het pralines zijn. Maar ma leeft op yoghurt en sla. Na elke maaltijd dwingt ze zichzelf op de weegschaal. Pralines zouden wel het laatste zijn wat ze in haar mond stopt.
Yannick krijgt de letters niet scherp. Het hele beeld wordt wazig. De pijpen van ma’s strakke jeans lijken te flodderen en het jurkje dat ze erover draagt wordt korter.
‘Ja, verrekijker,’ zucht Yannick, ‘Jij hebt je beste tijd duidelijk al gehad.’
Dan klampt hij zich vast aan de wand van de hut, want ook zonder kijker voor zijn ogen hebben haar kleren nu meer weg van een overall dan van de outfit waarin ze daarnet thuiskwam. Rond haar voeten zitten zware bruine veterschoenen.
Het moet het bier zijn, gaat door hem heen. Maar van die paar slokken al?
Hij stampt tegen het blik. Het valt om. Het bier vloeit eruit.
Ma wordt struiser. Yannick zweet. Met een vuile zakdoek dept hij de druppels van zijn gezicht. Ma wordt groter. Er groeit haar op haar kin. Yannick rilt. Hij wrijft over zijn armen. Hij grijpt naar het blik. Wat nog niet over de plankenvloer stroomt, drinkt hij in een teug op. Ma staat recht. Ze streelt haar baard. Met cowboypassen verdwijnt ze in de keuken. De boomhut draait. Yannick houdt zich nog steviger vast aan de muur.
Wat later komt ma met haar fiets, een emmer en nog wat spullen de tuin in. Ze keert de fiets om en wringt aan de buitenband. Dan sleurt ze de binnenband er een stuk uit en pompt hem op. Ze duwt hem in een emmer. Het lijkt alsof ze dit vaak doet.
Yannick kijkt ernaar als naar een film. Even vergeet hij dat ze zijn ma is. Maar als haar felblauwe ogen, als de klus geklaard is, net zo schitteren als op al die avonden vroeger waarop ze hem na een verhaaltje goedenacht kuste, kan hij het niet meer negeren.
Ma krabt aan haar kruis. Ze pakt de fiets op en stapt naar de garage.
De hut tolt nog heviger dan eerst. Yannicks ingewanden doen mee. Ze skaten rond in zijn lijf.
Ma verschijnt weer op de veranda. Een bierfles aan haar lippen en de doos met blauwe letters in haar hand. Ze ploft neer in de rieten stoel. Met haar benen wijd open schrokt ze de ene na de andere praline, of wat het ook is, op. Langzaam veranderen haar kleren weer in de dingen die ze gewoonlijk draagt. Ze kruist haar benen. Uit de tas naast haar op de grond neemt ze een spiegeltje. Haar handen glijden over haar haren, leggen ze in model. Haar vingertoppen drukken alle make-up weer op zijn plaats. Ze leest in een vrouwenmagazine.
Ik droom echt overdag, denkt Yannick. Hij bijt in zijn hand, maar het doet wel pijn.
(Dromendag)
Meer wijvenweek-posts op wijvenblogs.be
Abonneren op:
Posts (Atom)


