Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast


Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.

Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.

Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
Posts tonen met het label schrijfsels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijfsels. Alle posts tonen

zondag 4 augustus 2013

WiebelWoorden

Wat ooit een blog was waarop ik gedachten en ditjes en datjes bij elkaar sprokkelde, groeide uit tot deze WiebelWoorden-blog, waar de alledaagse dingen zeker nog aan bod kwamen, maar ik je ook een inkijk in mijn geschiedenis gunde en aandacht had voor literatuur en poëzie.
Ook WiebelWoorden groeide. Het is niet langer alleen een blog.
Ik schrijf naast mijn eigen verhaal ook dat van jou of je dierbaren neer. Dat kan en heel levensverhaal zijn of slechts een periode uit je leven behandelen.
Ik geef workshops poëzie en levensverhalen schrijven voor iedereen, maar in het bijzonder voor mensen met een beperking, ouderen, zieken en rouwenden, en ik sta open voor andere schrijfopdrachten. Want schrijven is en blijft mijn passie.

Deze stek werd dus te klein. Mijn blog verhuist naar mijn eigen website. Daar zullen dezelfde dingetjes te lezen zijn als hier. Ik hoop dat je mee verhuist. Neem dan zeker ook eens de tijd om de rest van de website te bekijken.



Tot ziens op mijn nieuwe stek!

Van harte,
Veerle

www.wiebelwoorden.be

dinsdag 3 april 2012

Dorpskoers

Ze had haar bloemetjesjurk aan en haar nieuwe bruine schoenen. Die knelden. Verder was er de hand van vader. Die liet ze niet los. Voor geen cent. Zoveel volk had ze nog nooit bij elkaar gezien. Staf van de bakker was er, en Lowie de schrijnwerker, en Pol van Lisette van op den hoek. Maar er waren ook heel veel mensen die ze nog nooit had ontmoet. Misschien was het wel hun eerste keer dat ze in het dorp kwamen. Het waren bijna allemaal mannen. Ze lachten en riepen. Sommigen dronken bier. Er was lawaai. Veel lawaai.
'Daar zijn ze,' bulderde iemand.
Iedereen ging wat dichter bij de straat staan. Er werd geduwd en getrokken.
'Komaan Rik!' klonk het van overal,'Vooruit!'
En zoef... de renners waren gepasseerd. Ze had ze niet eens goed gezien.
'De Rik heeft goei benen vandaag,' zei vader tegen de Staf.
Ze hield nog steeds zijn hand vast. Ze kneep hard en zweette ervan.

maandag 12 maart 2012

[Wijvenweek] Glamour


Het wil weer lukken. Net nu het vanavond banket van onze wijngilde is, sta ik op met een koortsblaas op mijn lip en wallen onder mijn ogen. Ook zitten mijn haren in de war en is mijn huid dof, alsof ik er net een zware nacht heb opzitten. Ik knipte gisteren nochtans rond den elven het licht uit.
Manlief tempert mijn gezeur over mijn uiterlijk door te zeggen dat ik de kapper en mijn make-up maar hun werk moet laten doen. Zelf denk ik dat gezonde voeding ook een handje kan helpen en dus pers ik alvast een sapje, eet ik veel fruit en een volkoren boterham. Als dat op is, smeer ik een zalfje op mijn koortslip. Dat doe ik de rest van de dag om het half uur. Ik cros van de nagelstyliste, waar ik een prachtig rood uitkies dat perfect bij mijn nieuwe jurk past, naar de kapper die me niet alleen een nieuwe coupe geeft, maar ook een haarstukje tussen mijn lokken verwerkt, zodat ik er best glamoureus uitzie.
's Namiddags doe ik het rustig aan. Ik neem een bad met lavendelolie en leg een gelaatsmaskertje. Dan masseer ik een verzorgingsampul in mijn gezicht. Met de camouflagestick ga ik nogal kwistig te werk. De rest van mijn make-up breng ik zorgvuldig aan. De wallen zijn volledig verdwenen en ook de koortsblaas zie je alleen nog als je het echt weet dat ze er is.
Ik trek mijn cocktailkleed aan. Het zit precies al wat strak, maar volgens Manlief denk ik dat alleen. Mijn schoenen en mijn tas nog, en ik ben klaar.
Manlief kijkt me bewonderend aan. Ik begrijp ook niet waarom ik vanmorgen zo zeurde.

We rijden naar het kerkplein. Daar zal een bus ons oppikken. Zo kunnen we een glaasje meer drinken zonder bang voor alcoholcontroles te zijn. Bovendien is met de hele kliek naar de feestzaal rijden ook supergezellig.
Zelfzeker stap ik het plein over. Ik kijk goed uit waar ik mijn voeten zet, want de kasseien zien wit van de duivenstront. Net als ik daarover tegen Manlief zeur, voel ik 'platsch'... iets nats op mijn hoofd, nat in mijn gezicht. Een wit met zwarte smurrie drupt op mijn kleed. Weg is het glamourgevoel.
Met een tissue dept Manlief zo goed en kwaad als het gaat de viezigheid van mijn jurk, uit mijn haar. Zelf veeg ik over mijn gezicht. Alle zakdoekjes die ik bij me heb zijn net opgebruikt als de bus eraan komt. Manlief zeult me er mee naartoe.
'Niemand merkt het,' knipoogt hij.
Maar eerlijk, elke cel in me zeurt over het onrecht dat me is aangedaan. Ik zou nu gewoon veel liever terug naar huis rijden.

Gelukkig houdt dat zeuren na enkele glazen champagne op. Het wordt nog een fijne avond. De duivengrapjes lach ik met gemak weg.

(Beautyqueen in het diepst van mijn gedachten)

Meer wijvenweek-posts op: wijvenblogs.be

donderdag 14 juli 2011

Siësta

In 2008 schreef ik:

Als ik thuiskom zorgt een oranje streep boven de boomtoppen voor wat kleur in de sombere hemel. Een vlucht eenden trekt voorbij. Een paard hinnikt. Op het veld is een gebogen schim  druk in de weer. Een knalgele driehoek beschermt zijn hoofd tegen de regendruppels. Deze vogelverschrikker is hier een vast ingrediënt zoals spek in een boerenomelet.
‘Joe!’, buldert hij naar me. Ik zwaai terug en ren gauw naar binnen.

Als ik wat later naar buiten kijk is het opgehouden met regenen. Er is geen beweging meer op de akker. De boer ligt met zijn benen opgetrokken in de natte graskant. Roerloos. Zijn gele hoed even verderop.
Die heeft iets gekregen, flitst door me heen. Wat nu? Een ziekenwagen bellen? Zijn oude vader verwittigen? Als versteend staar ik voor me uit. Dan bedenk ik dat ik best eerst even kan kijken hoe erg het met hem is gesteld. Misschien kan hij nog praten. Net als ik de voordeur opendoe sukkelt hij weer overeind. Hij rekt zich langzaam uit.
‘Alles oké?’ roep ik.
‘Ja, effe ingedommeld!’ brult hij. Hij bukt zich en zet de driehoek weer op zijn hoofd. Dan stapt hij naar zijn kar toe en duwt ze voort tussen de groentebedden.

Enkele dagen geleden lag hij opnieuw in de graskant. Niet ik merkte hem op, maar een voorbijrijdende fietser. Hij belde wel een ziekenwagen. Geen hulp kon nog baten.
Overbuur is niet meer.

maandag 27 juni 2011

De calvarietocht

'Wees gegroet Maria vol van genade...' 'Wees gegroet Maria vol van genade...' 'Wees gegroet Maria vol van genade...'
Wekenlang al prevelde Vera deze zinnen terwijl ze over de groene wegen van Rome naar Compostela stapte en terug. Onvermoeibaar. Onverslijtbaar. De zonden die op haar neergedaald waren toen de tuinman in het klooster op een lentemorgen schalks naar haar knipoogde, marcheerde ze gezwind weg. Telkens als het vuur binnen in haar opflakkerde als ze aan de jongeman dacht verhoogde ze haar tempo en dreunde de verzen bezetener op. Het had veel moeite gekost. Als bij een Leuvense stoof was het vuur lang blijven nasmeulen. Pas nu voelde ze dat het stilaan gedoofd geraakte.
Daarom stond ze zichzelf de omweg langs Napoli toe. Deze stad trok haar reeds aan toen ze nog op de schoolbanken zat. Onder de matras in haar cel verborg ze een tijdschrift, dat haar nichtje ooit het klooster binnengesmokkeld had, met prachtige foto's van de Napolitaanse gebouwen. Na haar avondgebed bladerde ze er wel eens in. Vandaag kwam ze eindelijk in deze stad aan.

Er hing een rode gloed over de nachtelijke straten toen ze over de piazza wandelde. Een ongelooflijk knappe man leunde achteloos tegen een lantaarnpaal. Plots trok hij zijn nachtzwarte jas open en grijnsde eerst naar haar, dan naar de lantaarn. Bewegingsloos als een zoutpilaar staarde Vera hem aan. De hele calvarietocht was voor niets geweest.
Ze maakte rechtsomkeer. Vermoeid. Versleten. Het dreunen begon opnieuw.
'Wees gegroet Maria vol van genade...' 'Wees gegroet Maria vol van genade...' 'Wees gegroet Maria vol van genade...'

zondag 15 mei 2011

Aardbei

Hannah hapt in een grote rode aardbei. Mama kocht het bakje aan een kraam langs de kant van de weg. Midden tussen de velden.
De aardbei smaakt naar vroeger.
Naar een dag ravotten in Averbode. En smodderen met smeuïg ijs op de terugweg.
Of naar Scherpenheuvel. Slenteren langs de vele stalletjes. Sneukelen van nougat en bonbons.
Naar bekvechten op de achterbank. Papa die roept. Mama die sust. Broer met een gespeeld bedrukt gezicht.
De auto die stopt in de avondgloed. Een zwart bord met witte letters: ‘Aardbeien te koop.’
De aardbei smaakt niet meer.
Papa is…