De verkiezingskoorts hield bij ons ook na 14 oktober nog aan, want in onze gemeente werd naast het officiële gemeentebestuur ook een kindergemeenteraad gekozen en daarvoor had Zoonlief zich kandidaat gesteld.
Elke school mocht drie raadsleden afleveren, die verkozen werden uit de leerlingen van het vijfde leerjaar.
Als 'een echte' voerde Zoonlief campagne met affiches die hij overal in zijn school ophing, flyers die hij uitdeelde en een heuse speech waarin hij zijn programmapunten uiteenzette. Die gingen van veiligere straten met degelijke voet- en fietspaden over meer culturele manifestaties zoals halloweentochten, grootse kinderfeesten en uitdagende vakantiekampen tot een extra speeltuin.
In de aanloop naar deze verkiezingen had Zoonlief er van 's morgens vroeg tot 's avonds laat de mond van vol zowel thuis als op school. Dit laatste kwam ik van zijn klasgenoten en hun ouders te weten. Hij gedroeg zich en praatte ook als een politicus.
De leerlingen brachten hun stem op 12 oktober al uit, maar op de uitslag was het wachten tot de dinsdag na de officiële verkiezingen. Het waren nerveuze dagen voor Zoonlief. Maar de spanning werd beloond, want Zoonlief won met de meerderheid van de stemmen. Prompt plakte hij bedankt-stroken op zijn affiches.
Over een paar weken vindt de installatievergadering plaats in de raadszaal van het gemeentehuis. Dan zal hij de leden van de andere scholen leren kennen en worden de burgemeester en de schepenen verkozen.
't Is gek, plots een politicus in huis. Ik ben benieuwd wat dat nog gaat geven.
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.
Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.
Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
zondag 21 oktober 2012
maandag 15 oktober 2012
Hoofdweg en zijwegen
Ik wil naar zee, maar de weg die ik volg gaat bergop. Door donkere bossen, langs groenige moerassen. Het pad waarop ik loop wordt steeds smaller. Het is modderig, onbegaanbaar haast. Ik zak weg tot aan mijn knieën. Iets klopt niet. Moedeloos ga ik op een boomstronk zitten en wacht. Wacht op de jongen die hier vaak wandelt, die alle wegen en paadjes kent, en weet waar de zee is. Misschien stapt hij wel een poosje met me mee.
De jongen komt. Hij loopt naast me. Samen zingen we liederen. De weg wordt langzaam breder, zanderiger ook. Er schijnt een gelig licht door het bladerdak. Het geeft de bladeren een zachte groene tint. Het hele kille bos wordt gezellig warm. Maar plots slaat de jongen rechtsaf.
'De zee is niet ver meer,' zegt hij nog,'Gewoon rechtdoor.'
Ik ruik het zilt al. Maar weer gaat de weg die ik volg bergop. Weer wordt het pad zompig, het bos dicht, donker en kil. Weer klopt iets niet. Triestig ga ik op een steen naast een riviertje zitten en wacht. Wacht op mezelf dit keer. En plots ben ik daar. Ik neem een slok van het frisse water, spring erin en zwem tot aan de zee.
De jongen komt. Hij loopt naast me. Samen zingen we liederen. De weg wordt langzaam breder, zanderiger ook. Er schijnt een gelig licht door het bladerdak. Het geeft de bladeren een zachte groene tint. Het hele kille bos wordt gezellig warm. Maar plots slaat de jongen rechtsaf.
'De zee is niet ver meer,' zegt hij nog,'Gewoon rechtdoor.'
Ik ruik het zilt al. Maar weer gaat de weg die ik volg bergop. Weer wordt het pad zompig, het bos dicht, donker en kil. Weer klopt iets niet. Triestig ga ik op een steen naast een riviertje zitten en wacht. Wacht op mezelf dit keer. En plots ben ik daar. Ik neem een slok van het frisse water, spring erin en zwem tot aan de zee.
dinsdag 9 oktober 2012
Gedicht
toen mijn woorden
samen met jou
zijn doodgegaan
schreef ik met
roos, aronskelk
en orchidee
ik kneedde hen
tot ons verhaal
het eindigde met
De Schreeuw
samen met jou
zijn doodgegaan
schreef ik met
roos, aronskelk
en orchidee
ik kneedde hen
tot ons verhaal
het eindigde met
De Schreeuw
zondag 7 oktober 2012
Mijn eerste herinnering
Met zijn vijven zitten ze bij elkaar. Ze praten over hun allereerste herinnering.
'Wat is het eerste dat jij je herinnert?' vragen ze me.
'Dat weet ik niet meer, hoor!' wuif ik hun uitnodiging om mee te doen weg.
Maar als ik even later naar huis fiets, weet ik het wel:
Ik denk dat ik een jaar of twee was. De zon scheen toen we naar de grote tent op het dorpsplein wandelden. Ik denk dat ik niet wandelde. Ik huppelde. Aan de hand van mijn nichten K. en G.
In de tent was het donker en kil. Soms was er muziek, dan weer was het er muisstil. En er waren spoken. Die klommen helemaal tot in de nok van de circustent.
'Wat is het eerste dat jij je herinnert?' vragen ze me.
'Dat weet ik niet meer, hoor!' wuif ik hun uitnodiging om mee te doen weg.
Maar als ik even later naar huis fiets, weet ik het wel:
Ik denk dat ik een jaar of twee was. De zon scheen toen we naar de grote tent op het dorpsplein wandelden. Ik denk dat ik niet wandelde. Ik huppelde. Aan de hand van mijn nichten K. en G.
In de tent was het donker en kil. Soms was er muziek, dan weer was het er muisstil. En er waren spoken. Die klommen helemaal tot in de nok van de circustent.
maandag 1 oktober 2012
Lieve P.
Lieve P.
Zelf vond ik het nog wat snel na de dood van Poeslief, toen we jou en je broer uit een nest van vier poesjes kozen, maar mijn huisgenoten waren wel al aan nieuwe huisdieren toe. Zoonlief besliste dat je broer en jij dat werden, je broer omdat hij toch wel erg veel weg had van Poeslief en jij omdat je hem overal zo schattig volgde. We kozen meteen twee poezen uit, omdat jullie dan heel leuk samen zouden kunnen spelen, en omdat we niet helemaal met lege handen zouden staan als een van jullie beiden ooit dood zou gaan. Jullie hadden nog een poosje moedermelk nodig, dus namen we jullie nog niet meteen mee naar huis. Maar thuis brachten we wel alles in gereedheid voor jullie komst en een paar weken later waren we er weer.
Toen volgde je Zoonlief helemaal niet zoals de eerste keer. Je zat ineegedoken in je kooi en we hadden veel moeite om je eruit te krijgen. De eigenares van het pension vertelde dat je nog niet zelfstandig at en dronk, maar je was ondertussen al negen weken, dus was ze ervan overtuigd dat als je moeder niet meer in de buurt was dit zichzelf wel zou oplossen. Met een klein hartje namen we je mee.
Thuis ging je helemaal niet, zoals je broer, op ontdekkingstocht, en je at of dronk ook helemaal niets. Je kroop in een hoekje en sliep veel. Ik was bang dat je zou uitdrogen en gaf je daarom water met een pipetje. Ik vermoedde dat je ernstig ziek was.
De volgende morgen bleek mijn vermoeden juist te zijn, want toen gaf je ook over. Helaas kon ik niet naar de dierenarts met je, want het was zondag. Ik bleef je de hele dag door water geven en af en toe ook een beetje yoghurt.
Op maandag reden we zo snel mogelijk naar de dierenarts. Zij vreesde dat je de kattenziekte had, iets waar geen medicijn voor bestaat. Maar omdat wij je niet zomaar wilden opgeven, startten we toch een antibioticakuur. De dierenarts diende je ook fysiologisch serum toe, omdat je inderdaad al heel erg aan het uitdrogen was. Thuis gaf ik je zowat om het uur een pipetje met water, medicijnen, krachtvoer, yoghurt, of bouillon en later ook kattenvoeding gemixt met bouillon. Blijkbaar sloeg de antibiotica aan, want stilaan wandelde je al eens rond of speelde je even met je broer. De volgende dag zag je er al een stuk beter uit. Je kreeg nog eens fysiologisch serum en begon zelf van de bouillon met kattenvoeding te eten.
Anders dan je broer kwam je niet zo vaak flodderen, maar wel kwam er almaar meer leven in je. We genoten ervan je door het huis te zien hollen en samen met je broer te zien te spelen. Ik was ontzettend blij dat je het had gehaald en was op deze korte tijd al heel veel van je gaan houden. Net als Manlief en Zoonlief.
Na een tijdje mocht je samen met je broer aan een lange leiband buiten spelen. Zo wilden we je de omgeving leren kennen. Je amuseerde je reuze op de glijbaan waar Zoonlief al lang niet meer op speelt, maar die toch niet uit onze tuin is weggeraakt. Moeizaam kroop je erop naar boven om dan pijlsnel naar beneden te glijden. Een gek zicht was het!
Tijdens onze vakantie zorgde Buurman voor jou en je broer. Toen we na veertien dagen thuiskwamen schrokken we ervan hoe groot je was geworden. Jij, die door je ziekte in het begin altijd de kleinste van de twee was geweest, was nu zelfs groter dan je broer.
Je werd aanhankelijker en kwam vaker kopjes geven of op onze schoot liggen. Tegelijk was je heel levendig. Meestal nam jij het voortouw in jullie spel. Zowel binnen als buiten.
En dat buiten is je fataal geworden. Op een vrijdagavond belde een man aan. Hij had het adreskokertje vast dat je aan een bandje om je hals droeg. 'Mevrouw, je poes is dood,' zei hij, 'Ik heb ze hier op straat gevonden.'
Ik weet niet wat ik hem heb geantwoord. Iets van dat dit niet kon, en niet mocht, denk ik, dat het de eerste keer was dat je op straat kwam, want dat je eigenlijk altijd in de tuin speelde, en dat je nog geen vijf maanden oud was,...
Ik heb je in mijn armen naar de tuin gedragen. Je was nog warm. Je had een kleine wonde in je zij en je halsband was ontzettend vuil. Verder zag je er nog zo mooi uit.
Zaterdag hebben we je begraven in ons oerwoud. Naast Poeslief.
Wat heb je pech gehad, lieve P. Eerst zo ziek zijn en nu dit. Aan je levenslust kan het nochtans niet hebben gelegen, want die hàd je. En kracht had je ook. Dat heb je je eerste weken bij ons bewezen.
We hadden twee poezen gekozen omdat jullie fijn samen zouden kunnen spelen, weet je nog? Je broer, die loopt hier verloren nu.
We hadden er ook twee gekozen om niet met lege handen te staan als er een dood zou gaan. Maar nooit hadden we gedacht dat dit zo snel al zou zijn. Dat was, verdorie, ook de niet bedoeling. Ook al was je maar een paar maanden bij ons, je hoorde er gewoon bij. We missen je.
XXX
veerle
Zelf vond ik het nog wat snel na de dood van Poeslief, toen we jou en je broer uit een nest van vier poesjes kozen, maar mijn huisgenoten waren wel al aan nieuwe huisdieren toe. Zoonlief besliste dat je broer en jij dat werden, je broer omdat hij toch wel erg veel weg had van Poeslief en jij omdat je hem overal zo schattig volgde. We kozen meteen twee poezen uit, omdat jullie dan heel leuk samen zouden kunnen spelen, en omdat we niet helemaal met lege handen zouden staan als een van jullie beiden ooit dood zou gaan. Jullie hadden nog een poosje moedermelk nodig, dus namen we jullie nog niet meteen mee naar huis. Maar thuis brachten we wel alles in gereedheid voor jullie komst en een paar weken later waren we er weer.
Toen volgde je Zoonlief helemaal niet zoals de eerste keer. Je zat ineegedoken in je kooi en we hadden veel moeite om je eruit te krijgen. De eigenares van het pension vertelde dat je nog niet zelfstandig at en dronk, maar je was ondertussen al negen weken, dus was ze ervan overtuigd dat als je moeder niet meer in de buurt was dit zichzelf wel zou oplossen. Met een klein hartje namen we je mee.
Thuis ging je helemaal niet, zoals je broer, op ontdekkingstocht, en je at of dronk ook helemaal niets. Je kroop in een hoekje en sliep veel. Ik was bang dat je zou uitdrogen en gaf je daarom water met een pipetje. Ik vermoedde dat je ernstig ziek was.
De volgende morgen bleek mijn vermoeden juist te zijn, want toen gaf je ook over. Helaas kon ik niet naar de dierenarts met je, want het was zondag. Ik bleef je de hele dag door water geven en af en toe ook een beetje yoghurt.
Op maandag reden we zo snel mogelijk naar de dierenarts. Zij vreesde dat je de kattenziekte had, iets waar geen medicijn voor bestaat. Maar omdat wij je niet zomaar wilden opgeven, startten we toch een antibioticakuur. De dierenarts diende je ook fysiologisch serum toe, omdat je inderdaad al heel erg aan het uitdrogen was. Thuis gaf ik je zowat om het uur een pipetje met water, medicijnen, krachtvoer, yoghurt, of bouillon en later ook kattenvoeding gemixt met bouillon. Blijkbaar sloeg de antibiotica aan, want stilaan wandelde je al eens rond of speelde je even met je broer. De volgende dag zag je er al een stuk beter uit. Je kreeg nog eens fysiologisch serum en begon zelf van de bouillon met kattenvoeding te eten.
Anders dan je broer kwam je niet zo vaak flodderen, maar wel kwam er almaar meer leven in je. We genoten ervan je door het huis te zien hollen en samen met je broer te zien te spelen. Ik was ontzettend blij dat je het had gehaald en was op deze korte tijd al heel veel van je gaan houden. Net als Manlief en Zoonlief.
Na een tijdje mocht je samen met je broer aan een lange leiband buiten spelen. Zo wilden we je de omgeving leren kennen. Je amuseerde je reuze op de glijbaan waar Zoonlief al lang niet meer op speelt, maar die toch niet uit onze tuin is weggeraakt. Moeizaam kroop je erop naar boven om dan pijlsnel naar beneden te glijden. Een gek zicht was het!
Tijdens onze vakantie zorgde Buurman voor jou en je broer. Toen we na veertien dagen thuiskwamen schrokken we ervan hoe groot je was geworden. Jij, die door je ziekte in het begin altijd de kleinste van de twee was geweest, was nu zelfs groter dan je broer.
Je werd aanhankelijker en kwam vaker kopjes geven of op onze schoot liggen. Tegelijk was je heel levendig. Meestal nam jij het voortouw in jullie spel. Zowel binnen als buiten.
En dat buiten is je fataal geworden. Op een vrijdagavond belde een man aan. Hij had het adreskokertje vast dat je aan een bandje om je hals droeg. 'Mevrouw, je poes is dood,' zei hij, 'Ik heb ze hier op straat gevonden.'
Ik weet niet wat ik hem heb geantwoord. Iets van dat dit niet kon, en niet mocht, denk ik, dat het de eerste keer was dat je op straat kwam, want dat je eigenlijk altijd in de tuin speelde, en dat je nog geen vijf maanden oud was,...
Ik heb je in mijn armen naar de tuin gedragen. Je was nog warm. Je had een kleine wonde in je zij en je halsband was ontzettend vuil. Verder zag je er nog zo mooi uit.
Zaterdag hebben we je begraven in ons oerwoud. Naast Poeslief.
Wat heb je pech gehad, lieve P. Eerst zo ziek zijn en nu dit. Aan je levenslust kan het nochtans niet hebben gelegen, want die hàd je. En kracht had je ook. Dat heb je je eerste weken bij ons bewezen.
We hadden twee poezen gekozen omdat jullie fijn samen zouden kunnen spelen, weet je nog? Je broer, die loopt hier verloren nu.
We hadden er ook twee gekozen om niet met lege handen te staan als er een dood zou gaan. Maar nooit hadden we gedacht dat dit zo snel al zou zijn. Dat was, verdorie, ook de niet bedoeling. Ook al was je maar een paar maanden bij ons, je hoorde er gewoon bij. We missen je.
XXX
veerle
zondag 23 september 2012
Gedicht
Moeke
haar knieën vertellen over
de vloeren die ze schrobde
als de kuisvrouw al lang
thuis bij haar kachel zat
de grijs geworden stenen hoe
ze haar vod aan de haak
moest hangen, vervaagde
als in een impressionistisch schilderij
haar armen twee lijnen
soepel om ons heen geslagen,
haar elfde en twaalfde kleinkind,
alsof we het eerste en tweede waren
haar knieën vertellen over
de vloeren die ze schrobde
als de kuisvrouw al lang
thuis bij haar kachel zat
de grijs geworden stenen hoe
ze haar vod aan de haak
moest hangen, vervaagde
als in een impressionistisch schilderij
haar armen twee lijnen
soepel om ons heen geslagen,
haar elfde en twaalfde kleinkind,
alsof we het eerste en tweede waren
vrijdag 21 september 2012
Nieuw op mijn boekenplank
Chaos in Drummelo/ Lilly L'Arronge: Daan eet een banaan. Als ze op is gooit hij de schil op de grond. Een meisje tikt hem meteen op de vingers. 'Dat kan je toch niet maken,' zegt ze, 'Stel je eens voor wat er allemaal kan gebeuren!' Daarop begint Daan te fantaseren. Van het ene komt het andere. Binnen de kortste keren ontstaat er een chaos die L'Arronge bijzonder hilarisch in beeld weet te brengen. In het begin is de bladspiegel vrij rustig met veel wit, maar hij wordt telkens drukker en kleurrijker. L'Arronge tekent erg veel details waardoor de kinderen goed moeten kijken om alles op te merken. En dat maakt dit boek ook net zo leuk, want elke leesbeurt opnieuw ontdekken ze vast nieuwe dingen.
Voor kinderen vanaf 3 jaar.
***
Kelderkind/Kristien Dieltiens: op Pinkstermaandag 1828 staat plots een zonderlinge knaap op het marktplein in Neurenberg, Kaspar Hauser. Hij beweert dat hij jarenlang opgesloten zat. Dieltiens reconstrueert het levensverhaal van deze historische figuur. Ze besteedt hierbij veel aandacht aan zijn ontdekking van de wereld en de taal. Tegelijk weeft ze er een fictief verhaal door, dat van de verschoppeling Manfred met zijn hazenlip. Ze stuurt beide verhalen naar een spannende plot. Zo creëert ze een meeslepende psychologische misdaadroman met een hoge geschiedkundige accuraatheid. Niet alleen de inhoud is bijzonder, het boek is ook knap vormgegeven.
Voor jongeren vanaf 15 jaar en volwassenen.
****
Tonio/ A.E.Th.van der Heijden: als op Eerste Pinksterdag 2010 zijn enige zoon Tonio om het leven komt bij een verkeersongeluk doet van der Heijden het enige waartoe hij in staat is, herinneren, aantekeningen maken, een requiemroman schrijven. Hij doet dit op een erg associatieve wijze. Zo geeft hij Tonio een stem en trekt hij tegelijk alle registers open die bij dood en rouw horen: van ontkenning, woede, verzet tot aanvaarding, en zelfs hoop. Dit boek kan een steun betekenen voor mensen die ook in rouw zijn.
van der Heijden won de Libris Literatuurprijs 2012 met dit boek.
Voor volwassenen.
****
Dwarsliggers: boeken van 8 bij 12 cm die handig zijn voor in je handtas, op de trein, en andere plekken waar je weinig plaats hebt... ook in mijn reisbagage en op het vliegtuig, dacht ik. Dus nam ik er enkele mee op vakantie.
Op voorhand was ik bang voor het kleine lettertype, maar ook al beginnen mijn ogen achteruit te gaan, dat was ongegrond. Wel vond ik dat de boeken niet zo gemakkelijk 'bladerden' door het dunne papier. Regelmatig sloeg ik dan ook meer dan een bladzijde tegelijk om. Toch stop ik vast ook volgend jaar enkele 'Dwarsliggers' in mijn vakantietas.
Dit jaar las ik:
De thuiskomst/ Anna Enquist ****
Zomerhuis met zwembad/ Herman Koch ***
Voor kinderen vanaf 3 jaar.
***
Kelderkind/Kristien Dieltiens: op Pinkstermaandag 1828 staat plots een zonderlinge knaap op het marktplein in Neurenberg, Kaspar Hauser. Hij beweert dat hij jarenlang opgesloten zat. Dieltiens reconstrueert het levensverhaal van deze historische figuur. Ze besteedt hierbij veel aandacht aan zijn ontdekking van de wereld en de taal. Tegelijk weeft ze er een fictief verhaal door, dat van de verschoppeling Manfred met zijn hazenlip. Ze stuurt beide verhalen naar een spannende plot. Zo creëert ze een meeslepende psychologische misdaadroman met een hoge geschiedkundige accuraatheid. Niet alleen de inhoud is bijzonder, het boek is ook knap vormgegeven.
Voor jongeren vanaf 15 jaar en volwassenen.
****
Tonio/ A.E.Th.van der Heijden: als op Eerste Pinksterdag 2010 zijn enige zoon Tonio om het leven komt bij een verkeersongeluk doet van der Heijden het enige waartoe hij in staat is, herinneren, aantekeningen maken, een requiemroman schrijven. Hij doet dit op een erg associatieve wijze. Zo geeft hij Tonio een stem en trekt hij tegelijk alle registers open die bij dood en rouw horen: van ontkenning, woede, verzet tot aanvaarding, en zelfs hoop. Dit boek kan een steun betekenen voor mensen die ook in rouw zijn.
van der Heijden won de Libris Literatuurprijs 2012 met dit boek.
Voor volwassenen.
****
Dwarsliggers: boeken van 8 bij 12 cm die handig zijn voor in je handtas, op de trein, en andere plekken waar je weinig plaats hebt... ook in mijn reisbagage en op het vliegtuig, dacht ik. Dus nam ik er enkele mee op vakantie.
Op voorhand was ik bang voor het kleine lettertype, maar ook al beginnen mijn ogen achteruit te gaan, dat was ongegrond. Wel vond ik dat de boeken niet zo gemakkelijk 'bladerden' door het dunne papier. Regelmatig sloeg ik dan ook meer dan een bladzijde tegelijk om. Toch stop ik vast ook volgend jaar enkele 'Dwarsliggers' in mijn vakantietas.
Dit jaar las ik:
De thuiskomst/ Anna Enquist ****
Zomerhuis met zwembad/ Herman Koch ***
Abonneren op:
Posts (Atom)