Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast


Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.

Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.

Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
Posts tonen met het label samenwonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label samenwonen. Alle posts tonen

dinsdag 26 maart 2013

Nieuw op mijn boekenplank


-Rood of waarom pesten niet grappig is/ Jan De Kinder: 'Het is iets van niets. Het is zo klein. Er is niemand die het ziet. Alleen ik.' Een meisje merkt dat Tuur bloost. Ze lacht. Even later lacht de hele klas en wordt Tuur ontzettend gepest. Dat is niet meer grappig. Gelukkig is het meisje dapper en durft ze tegen de juf te vertellen wat er aan de hand is. De Kinder toont hoe klein en onbedoeld pesten vaak begint, maar al snel uitgroeit tot iets reusachtigs. Hij toont ook hoe sterke kinderen dit pesten een halt kunnen toeroepen.
Grijs, zwart, aardetinten, een vleugje groen en natuurlijk rood kleuren niet alleen dit boek, ze insinueren ook alle emoties die bij dit verhaal te pas komen. De Kinder heeft daarnaast weinig lijnen nodig om zijn verhaal te vertellen en de gevoelens van de personages duidelijk te maken. Hij gebruikt af en toe collage- of druktechnieken. Woorden heeft De Kinder evenmin veel nodig, maar degene die hij gebruikt zijn wel steeds raak gekozen. Zo staat er telkens veel meer dan er staat.
Een schitterend boek om met kinderen over pesten, en het stoppen van pestgedrag te praten.
Voor kinderen vanaf 4 jaar.
****

-Warres vleugels/ Inge Bergh en Alain Verster: Ietwat mysterieus, sprookjesachtig,  is dit verhaal over Warre, een jongen die bij zijn vader woont, maar niet aan diens hoge verwachtingen kan voldoen. 'Hier komt niets van je terecht,’  heeft die vader gezegd voor hij hem op pad stuurt, 'Zoek iemand die je af en toe een schop onder je kont geeft. Je moet vooruit!' Warre gaat op zoek naar iemand die hem letterlijk zo'n schop geven wil. En ook al vindt hij die niet, hij leert veel onderweg en ontdekt zijn eigen kracht. Bergh is zuinig met woorden, wat er geen gemakkelijk verhaal van maakt, maar een dat erom vraagt meerdere keren gelezen te worden, zodat het kan groeien, net als poëzie.
De illustraties van Verster sluiten daar perfect bij aan, want zij zijn puur poëzie. Grijze, beige, gele en bruine tinten overheersen de meestal paginagrote prenten, waarin volop herfstbladeren opdwarrelen en vogels rondfladderen. Ook zij moeten meer dan een keer worden bekeken om er ten volle van te kunnen genieten. Wie deze moeite doet ontdekt een bijzonder verhaal over verwachtingen en onmacht, opgroeien en loslaten, en vooral ook liefde.
Voor kinderen vanaf 8 jaar.
****

-Twee tieten in een envelop/ Wim Daniëls: ‘Mag je nog lachen als je moeder doodziek is?’ is de ondertitel van dit boek en meteen een van de vragen die Wietske voortdurend bezig houden, want haar moeder heeft kanker en zal niet lang meer leven. Ze stapt alvast uit de moppenclub op school.
Daniëls vertelt het verhaal van Wietske en haar moeder rechttoe, rechtaan. Scherp. Hij toont de hele ziekte door de ogen van Wietske: hoe haar moeder haar haren verliest, hoe ze hoe langer hoe meer in bed blijft, hoe papa telkens weer ‘gemaakt’ vrolijk doet en hoe Wietskes broer zo boos is dat hij zelfs vergeet lief te zijn voor de moeder zelf, tot Wietske hem enkele dagen voor haar dood bij haar moeder in bed aantreft.
Een levensecht verhaal, nergens overdreven sentimenteel, dat je toch naar de keel grijpt.
Voor kinderen vanaf 10 jaar.
***

-Mijn meneer/ Ted Van Lieshout: Eigen belevenissen zijn de basis van deze roman over de relatie tussen de elfjarige Ted en ‘zijn meneer’. Ted ontdekt een briefje in een kapelletje, waar hij wel eens stopt op weg naar school. Het blijkt er gelegd te zijn door een man die pas in het dorp is komen wonen. Het is het begin van de vriendschap met die man, een vriendschap waarbij de meneer het Ted erg naar de zin wil maken, maar tegelijk telkens meer de grenzen van het toelaatbare overschrijdt. Enerzijds voelt Ted dit aan, anderzijds geniet hij er ook van. Hij durft er in elk geval tegen niemand over te vertellen, behalve tegen Maria uit het kapelletje, die hij brieven schrijft.
In deze roman zijn de brieven gebundeld. Zo slaagt Van Lieshout erin het verhaal volledig vanuit het kind te schrijven, zonder ergens te duiden of te veroordelen. Dat is sterk. Als lezer krijg je hierdoor een genuanceerd beeld. Het ene moment ben je boos op de meneer, dan weer kan je begrip opbrengen voor de relatie. Een roman die met veel moed is geschreven.
Voor volwassenen.
****

 

 

woensdag 14 november 2012

Vijfenveertig (19)

Ons nieuwe bed

W. en ik zijn volop aan het behangen op de benedenverdieping van het huisje waar we over enkele weken samen zullen gaan wonen, als er wordt aangebeld. Het zijn de mannen van de meubelwinkel. Ze komen ons bed leveren. We beplakken onze muren rustig verder, terwijl zij dat bed boven in elkaar steken. Ze zijn er gauw mee klaar. Op het eerste gezicht ziet het er allemaal in orde uit. Maar als ze weer buiten zijn gooien we onze borstels en rollen papier aan de kant om het bed aan een uitgebreidere inspectie te onderwerpen.
Ik zet me aan de ene kant op de matras die nog in plastiek zit ingepakt, W. aan de andere.
‘Ons eigen bed…’ glunderen we.
We kruipen wat dichter naar elkaar toe. ‘De matras zit precies wel goed…’
‘Ze ligt ook goed,’ lacht W. terwijl hij zich op zijn rug legt.
Ik nestel me in zijn armen. ‘Ja, heel goed…’
Zijn vingers strelen mijn haren. Zijn lippen vinden mijn mond. Mijn handen glijden onder zijn T-shirt en betasten elk plekje van zijn rug, zijn buik. We zoenen wat heviger. Onze werkkleren vliegen door de kamer. Onze lichamen verstrengelen zich. Zo verkennen we elke vierkante centimeter van de matras. Na een poos liggen we uitgeput naast elkaar.
Ons nieuwe bed is goedgekeurd.

Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.