Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast


Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.

Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.

Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen

maandag 22 juli 2013

Bijna op kamp

Nu Zoonlief bijna met de jeugdbeweging op kamp vertrekt komen als vanzelf de verhalen over de vorige kampen naar boven. We krijgen zowel dingen te horen die hij al honderden keren heeft verteld als nieuwigheden.
Dat hij in de tent 's morgens altijd als eerste wakker is en het dan zo gezellig vindt naar het gekwetter van de vogels te luisteren bijvoorbeeld.
Of dat ze tijdens een spel een paar minuten de tijd kregen om zoveel mogelijk kleren aan te doen. Hij had toen wel dertien broeken over elkaar aangetrokken. Stappen kon hij niet meer, zijn vrienden moesten hem dragen. Daarna hadden ze met al die kleren een klerenketting moeten maken. En zijn groep was, hoe kon het ook anders, gewonnen.
Ik begrijp plots hoe het komt dat een aantal broeken die eigenlijk al te klein hadden moeten zijn, hem nog steeds passen. Hij heeft ze tijdens dat spel immers flink uitgerekt.

Fijn kamp, Zoonlief!

zondag 23 juni 2013

Hasta la vista

Als we tijdens het weekend 's avonds niet de deur uitgaan, kijken we vaak naar een film op tv die we eerder hebben opgenomen. Omdat Zoonlief de voorbije weken een paar keer heeft mogen meekijken, is hij geïnteresseerd in welke film we vanavond zullen zien.
Dat is 'Hasta la vista'.
'Waarover gaat die film?' vraagt Zoonlief.
'Over drie jongens met een handicap die samen op vakantie gaan naar Spanje,' antwoord ik.
'Lijkt me saai,' reageert Zoonlief.
Ik knik alleen.

Even later diept Zoonlief plots een oud TV-blad op waarin een artikel over 'Hasta la vista' staat.
'Waarom staat hier een blote mevrouw bij?' vraagt hij.
'Omdat ook jongens met een handicap graag eens vrijen,' antwoord ik zo nonchalant mogelijk.
'Zo,' zegt hij, 'nu begrijp ik waarom hier 'hartverwarmende tragikomedie' is geschreven.'
Hij leest nog even verder.
'Zijn jullie hier eigenlijk niet een beetje te jong voor?' klinkt het dan.

vrijdag 30 november 2012

Vijfenveertig (35)

Vakantiesport

Tijdens het schooljaar turnen wij vier keer per week, maar in de vakantie slechts een keer. Elke maandagavond komen we dan nog eens samen om te lopen. Ik hou niet van lopen. Maar uit trouw aan de club en mijn vrienden, en omdat we na het lopen nog met zijn allen in de vijver zwemmen en gezellig een terrasje doen, ben ik toch elke week present. Zelfs vandaag nu mijn topje al aan mijn lijf plakt door amper een kwartier te fietsen van thuis tot hier.
‘Heet, hé?’ puft Vera.
‘Ja,’ knik ik, terwijl mijn hand de zweetdruppels van mijn voorhoofd veegt.
‘Ik zou liever meteen in het water springen ,’ zegt ze, ‘ ’t Is geen weer om eerst die hele toer rond de vijver te lopen.’
Ik vind dat ze groot gelijk heeft, maar onze trainer wil daar niets van weten. We zijn gekomen om te lopen dus zullen we lopen. Aarzelend zet ik me met de anderen aan de startlijn.
‘Klaar… hop!’
De jongens schieten pijlsnel vooruit. Het lijkt alsof deze tropische temperaturen geen vat op hen hebben. De meisjes starten kalmer dan anders. Toch is er al gauw ook tussen hen en mij een grote kloof. Maar als Vera en Gerda zich na een honderdtal meter laten uitbollen en verder stappen, haal ik hen toch weer in.
‘Als we nu eens gewoon terugdraaien,’ oppert Vera.
‘Goed idee,’ hijg ik.
Gerda twijfelt. ‘Dat zullen ze ons nooit in dank afnemen.’
‘Ze hoeven het niet te weten.’ De vermoeide ogen van Vera zien er plots iets energieker uit. Op haar wangen komt een blos. ‘We wandelen tot net voorbij de start en verstoppen ons in de bosjes. Pas als de anderen gepasseerd zijn, komen wij tevoorschijn.’
Heel veel overredingskracht hebben we niet nodig om ook Gerda mee te krijgen. We zetten ons op een plek vanwaar we de weg kunnen zien, maar zelf niet te zien zijn. Daar tateren we erop los. We zouden bijna vergeten dat we de jongens in het oog moeten houden. Als de eerste passeert heb ik kramp in heel mijn lijf. Hij merkt ons niet op. Bij de volgenden zit ik er iets meer ontspannen bij, tot Vera de slappe lach krijgt. Gelukkig hoort niemand ons. Als de laatste voorbij is, staan Vera en Gerda recht. Zelf wacht ik nog wat tot ik me ook naar de eindstreep sleep.
Eerst heeft niemand iets in de gaten. Maar dan -ik heb geen idee waardoor- komt ons bedrog toch uit. De jongens zetten het ons betaald door ons tijdens de zwempartij net iets meer kopje onder te duwen dan anders.

Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.

zondag 18 november 2012

Vijfenveertig (23)

Zwangerschapstest

'Ik ben moe,’ zei ik die laatste middag van onze wijnreis naar Bourgogne aan tafel.
'Je zal nog moeder worden,’ grapte L.
Manlief en ik keken elkaar een seconde aan. We zeiden niets. Maar R. had het opgemerkt.
Vanaf dat moment wist zij dat ik zwanger was. Zelf geloofden we daar nog niet in. Mijn maandstonden lieten deze maand wel wat langer op zich wachten dan gewoonlijk, maar wie zegt dat ik een regelmatige cyclus had. Dat hoefde volgens mij nergens op te wijzen. Ik was pas gestopt met mijn pil. De meeste van mijn vriendinnen hadden maanden, en sommigen zelfs jaren moeten wachten voor ze zwanger waren. Dus waarom zou ik dan, die tenslotte toch al een flink pak ouder was dan diezelfde vriendinnen toen zij aan kindjes begonnen, zo snel prijs hebben?
Maar ik was wel moe. Tijdens de terugreis viel ik als een blok in slaap op de bus.

De volgende dag haalde ik toch maar een Predictortest in huis. Net voor ik het avondmaal zou beginnen klaarmaken, plaste ik op het staafje en wachtte toen samen met Manlief een lange, spannende minuut.
‘Het zal wel niks zijn,’ zeiden we nog, ‘Zo snel dat kan gewoon niet.’
Maar het was wel iets. De Predictor kleurde roze. Er groeide een klein mensje in mijn buik.
Manlief en ik vielen elkaar in de armen. Het ene moment leek het alsof ik dit droomde, het andere voelde ik me heel erg zwanger. We waren blij, ontzettend blij. Maar het was ook verwarrend. We beseften dat moeilijkste opdracht van ons leven was begonnen. De boeiendste ook.
We stelden ons avondmaal uit en kraakten een flesje champagne.

Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.

zaterdag 17 november 2012

Vijfenveertig (22)

De viezerd

Ik zit in de stuurcabine naast jou, en naast die stomme kapitein met zijn zoetgevooisde stem en zijn rollende Spaanse woorden. De boot wiebelt. Jij lacht. Liever zou ik met jou boven op het dek in de zon liggen. Maar jij verkiest - ik begrijp echt niet waarom- in de buurt van die vuile vent te blijven.
Gelukkig legt de boot even later aan bij een onbewoond eiland. De mensen die er niet wonen hebben lange tafels klaargezet. We schuiven aan. Ik zit vlak naast je. Tegen je. Bijna als een Siamese tweeling.
Lange bruine mannen schenken sangria uit. Ik mag dat natuurlijk nog niet drinken, maar sabbel toch op de stukjes fruit die erin zitten. Die bruine mannen komen ook rond met schalen vol zoute visjes. Jij vindt ze heerlijk. Alleen daarom eet ik er ook van.
Plots schalt Spaanse hoempapa uit de boxen. Een dikkerd trekt ons van de bank en in een lange rij dansen we over het strand. Het zand is heet. Het kriebelt tussen mijn tenen. 'Viva Espana' zing ik keiluid en keivals, mee.
Als de mannen er terug zijn met dampende schalen haasten we ons aan tafel. Mosselen, kip, inktvis, rijst,... Wat ruikt dit heerlijk! Ik smul ervan. Je schrikt dat ik zoveel op krijg. Maar dit is dan ook écht lekker. Als alle kommen leeg zijn, leggen we onze handdoeken dicht bij de boot op het strand. De kapitein praat er met een oudere man. Jij doet een dutje en ik speel aan je voeten in het zand. Ik hou de kapitein in het oog en merk wel hoe hij voortdurend naar je kleine bikinietje loert. Later wil ik ook zo'n miniding. Maar o wee, als er dan een viezerd zo durft te kijken!

Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.

woensdag 12 september 2012

Madeira (4)


Als wijnliefhebber is het gezegde: 'Two glasses a day keep the doctor away' ons natuurlijk niet onbekend. Het is een raad die we graag opvolgen.
Maar in Madeira doen ze er nog een schepje bovenop.
We bezoeken het wijnhuis Blandys. Voor een gids ons toont ons hoe de Madeirawijn wordt gemaakt, ons meeneemt naar de zolder waar de hij rijpt, langs een museum passeert waar we nog oude werktuigen kunnen bewonderen om uiteindelijk in het proeflokaal te belanden, heet ze ons welkom met de woorden: 'A bottle a day keeps the doctor away.' Tijdens de rondleiding herhaalt ze deze quote meermaals. 'En...' voegt ze eraan toe, 'Madeirawijn is heerlijk met chocolade.'
De wijnen zijn inderdaad lekker. Het verrast ons dat er zowel droge, ietwat zoetere als hele zoete versies van bestaan. We nemen enkele flessen mee. We zullen ze vast proeven bij chocolade. Maar of we dan ook de hele fles naar binnen zullen kappen, dat betwijfel ik. Net zoals ik betwijfel dat dagelijks een fles van deze versterkte wijn drinken gezond kan zijn.
Goed geprobeerd, meisje, maar om ons zoiets op de mouw te spelden, moet je vroeger opstaan. De wijn is trouwens te fijn om met een hele fles ineens te drinken.

zondag 9 september 2012

Madeira (3)



Toen we bij het begin van onze vakantie met het vliegtuig over het schiereiland in het westen van Madeira vlogen, riep Zoonlief uit: 'Hé, dat lijkt hier de maan wel!'
Maar toen we het schiereiland een dikke week later in de late namiddag bezochten, hadden de rotsen alle een rode gloed en waande ik me eerder op Mars.
Laat die Amerikanen maar veel geld uitgeven aan hun marslander, ik snuif de sfeer van de rode planeet dichterbij op.

donderdag 6 september 2012

Madeira (2)


Als we het steile pad naar de Pico do Areeiro, een van de hoogste bergen van Madeira, beklimmen, prikkelt een gistgeur onze neusgaten. Het lijkt alsof we in een bakkerij rondlopen waar de broodjes net uit de oven zijn geschoven.
Maar op de top is geen bakker te bespeuren. Ovenverse lekkernijen zijn er evenmin. Wel is een stuk bos afgebrand. Heel pas nog, vermoeden we.
Ook elders op het eiland zijn hele gebieden zwartgeblakerd.
Voor onze reis zagen we beelden van die branden op tv. We hoopten maar dat ze geen roet in onze vakantieplannen zouden strooien.
Roet is er dus nog wel. Maar onze vakantie wordt er helemaal niet door gedwarsboomd.
Toch worden we stil van het vele zwart. Het vuur veegde immense stukken natuur zomaar weg. De meeste huizen lijken onze gespaard gebleven. Maar vaak loeide het vuur wel tot in hun achtertuinen.

dinsdag 4 september 2012

Madeira (1)




Na onze regenvakantie van vorig jaar en het natte voorjaar in ons Belgenlandje trokken wij naar het zonnige Madeira.
Maar onze eerste wandeling langs een levada (een irrigatiekanaaltje dat de landbouwgronden bevloeit, typish voor dit eiland) start al in een miezerige mist die algauw in regen overgaat. De vele laurierbomen, sterk geurende eucalyptusbomen en metershoge paardenbloemen hebben niets vandoen met de begroeiïng in Costa Rica, maar door het weer moet ik toch de hele tijd aan het nevelwoud in Monteverde denken.
Ook Zoonlief moet met zijn gedachten daar ergens in de buurt zitten, want zodra het pad even wat breder wordt, komt hij naast me lopen en vraagt: 'Waar vind je de grootste jungle ter wereld?'
'In het Amazonegebied zeker?' antwoord ik.
'Nee,...' lacht hij, 'Daar!' Hij wijst naar mijn oksel.

(Nochtans onthaar ik die plek regelmatig, hoor!)

De volgende dagen was de zon gelukkig meestal wel van de partij, zodat het toch een 'zonnige' vakantie werd.





zondag 29 juli 2012

Typisch

Na een heerlijke shopdag wandelen Manlief en ik met meer pakken dan de bedoeling was naar onze wagen die we aan de rand van de stad hebben geparkeerd. Voor ons aan de voetgangerslichten staat een jong koppeltje, in shorts en met wandelschoenen. Hij draagt een megagrote rugzak op zijn rug, zij een megagroot fototoestel op haar buik. Als hij het stoplicht wil negeren omdat er toch geen wagens in de buurt zijn, trekt zij hem terug de stoep op en spreekt hem streng toe in een taal waar ik geen snars van begrijp. Ik vermoed dat het Slavisch is.
Net voor het licht voor ons op groen springt, komt een rode dubbeldekker aangereden.
'Kijk,' zegt Manlief, 'een trouwer!'
'Klik,' zegt de camera van het meisje.
Straks pronkt de bus in hun fotoalbum of, en die kans is groter, op hun vakantiepagina op Facebook. 'Een typisch Belgische dubbeldekker,' schrijven ze er dan bij.
Stil vraag ik me af of er tussen onze vakantiekiekjes ook van die typische dingen zitten die eigenlijk helemaal niet typisch zijn.

maandag 16 juli 2012

Geesten oproepen

Juli 1979
Ik ben dertien en samen met mijn vriendin, I. op vakantie in Bouillon met het ziekenfonds.
Overdag spelen we de gekste spelletjes, maken lollige uitstappen en zingen zo luid dat het in heel Bouillon te horen moet zijn.
's Avonds op de slaapzaal gaat de pret gewoon verder. We halen onze gezelschapsspelen boven, tateren erop los en organiseren (de durvers toch) een séance.
Met zijn vijven zitten we op de grond rond een kring van letters, cijfers en de woorden 'ja' en 'nee'. In het midden van de kring staat een glas. Daar leggen we elk onze wijsvinger op. We maken het muisstil. Ook de andere meisjes in de slaapzaal geven geen kik. Sommige loeren over onze schouders mee, andere verstoppen zich onder hun deken.
'Is hier een geest aanwezig?' vraagt I. Er gebeurt niks.
Opnieuw: 'Is hier een geest?'
Het glas schiet een tikje naar links. Meer beweging komt er echter niet in. De spanning is te snijden. I. stelt de vraag nogmaals. Het glas schuift opnieuw opzij. Aarzelend eerst. Maar algauw glijdt het zelfzeker naar 'ja'.
Ik hap naar adem.
Om beurt stellen we nu een vraag. Waar woon ik? Hoeveel broers heb ik? Hoe oud ben ik?...
Alles beantwoordt de geest correct. Nu we weten dat hij ons niet voor het lapje houdt, durven we ook gewaagdere vragen te stellen. Wordt de rest van de vakantie leuk? Zal ik later trouwen? Is G. verliefd op mij?...
Als I. vraagt hoe oud ze zal worden, slik ik. Het glas schuift traag naar de '9' en dan naar de '3'.
Oef! Zelf durf ik zoiets niet te vragen. Ook de andere meisjes doen dat niet.

Na deze vakantie gaan I. en ik elk naar een andere school. Enkele jaren later verliezen we elkaar uit het oog.

Juli 2012
Op een feestje stapt een vrouw die me vaag bekend voor komt op me af. 'Jij bent toch Veerle, hé?' vraagt ze.
Ik druk meteen op de aan-knop in mijn hersenen, maar mijn scherm blijft blanco tot ze zich voorstelt als 'W., de zus van I.' Dan zie ik weer het meisje dat ons enthousiast uitwuifde toen we vertrokken naar Bouillon, I.'s kleine zusje.
We geraken meteen aan de praat.
Als ik vraag hoe het met I. gaat, blinken haar wimpers plots zilverachtig.
'I. is in april overleden,' vertelt ze. 'Een auto-ongeluk.'
Ik vind even geen woorden.
De rest van de avond spookt I. door mijn gedachten. En met haar, die verdomde geest uit Bouillon.
'93' zou ze worden. Dat had hij beloofd.
Maar kijk, ze haalde niet eens de helft

maandag 2 juli 2012

Gedicht

wakker worden
en me de rollende woorden
van jouw taal
niet meer kunnen herinneren

zomaar wat uitkramen
ongedwongen lachen
en opnieuw de taal spreken
van vakantie

maandag 21 mei 2012

Laat me toch met rust, verdorie!

Bijna twee jaar geleden verhuisden onze vrienden K. en M. naar de Provence.
Het voorbije weekend zochten Manlief en ik hen daar voor het eerst op. En wat hebben we daarvan genoten! Het was niet alleen heerlijk hen terug te zien en van 's morgens tot 's avonds bij te kletsen bij een uitgebreid ontbijt, met een glas wijn op een terras of aan een rijk gevulde tafel. Het was ook fantastisch te zien hoe zij daar een onbewoonbare krot tot een knus nest hebben omgetoverd, mee op hun ritme te leven en zo de Provence van binnenuit te ontdekken.
Alleen de nachten waren minder fantastisch. Of toch die ene nacht.

Ik ben bijna van de wereld als een diepe zucht van Manlief me er weer in trekt.
'Is er iets?' fluister ik.
Een onverstaanbaar gemompel. En niets meer.
Ik draai me om en trek de deken lekker hoog, want de nachten zijn nog fris. Haast meteen val ik in slaap. Maar niet voor lang, want Manlief port in mijn zij.
'Stop nu eens,' klaagt hij. 'Ik ben te moe.' Hij zucht opnieuw en stamelt nog dingen die ik niet versta.
Ik vermoed dat ik heb gesnurkt. Daarom draai ik me weer om. Misschien was mijn slaaphouding de oorzaak van mijn gebrom.
Maar Manlief blijft jammeren.
Ik zucht ook en schuif helemaal naar de kant van het bed.
Even later geeft Manlief me opnieuw een ferme duw. 'Stop nu! Zijn stem klinkt grimmig.
Zo ben ik hem helemaal niet gewoon. 'Wat scheelt er dan?' probeer ik.
'Laat me toch met rust, verdorie! Ik ben echt te moe!'
Het kan niet anders of K. en M. hebben dit gehoord. Zij slapen immers vlak naast de logeerkamer waar wij liggen. Ik begrijp er niets van en knip het licht aan. Dan zie ik het.
Over Manliefs voorhoofd kruipt een piepklein hagedisje.




donderdag 29 september 2011

Costa Rica (8)

Terugvlucht


Na deze fantastische, maar best wel drukke reis ben ik moe. Na het hollen op Newark Airport om ons vliegtuig te halen (het scheelde geen haar of we hadden het gemist) zelfs doodmoe. Ik kijk dan ook uit naar een heerlijke dut en ben blij als de stewards het avondmaal eindelijk hebben afgeruimd. Voor ik mijn ogen dichtknip zeg ik 'slaapwel' tegen Zoonlief.
Hij glimlacht flauwtjes en drukt op het touch screen op de rugleuning voor hem.
'Zou je niet ook slapen nu?' probeer ik, 'In België is het nu al na middernacht, hoor. Als we er landen is het in Costa Rica nog nacht, maar begint voor ons de dag.'
'Mmmm...' mompelt hij. Mannetjes lopen af en aan over zijn scherm. Hij drukt alsof zijn leven ervan afhangt. Eén seconde kijkt hij me toch aan. Met vragende ogen: 'Eventjes maar...?'
'Goed,' knik ik, 'Maar echt niet te lang!' Mijn ogen vallen toe. Als ik ze weer open dansen er nog steeds mannetjes over het scherm voor Zoonlief. In Costa Rica is het ondertussen ook al na middernacht.
'Slaap jij nu nog niet?' schrik ik. Dit keer ben ik onverbiddelijk. De spelcomputer moet uit. Hij moppert, maar duikt toch weg onder zijn deken. Ik slaap gerustgesteld verder.
Als de steward me een poos later wekt voor het ontbijt is er weer heel wat beweging op het scherm voor Zoonlief. Hij drukt gefascineerd op allerlei knopjes. Ik zucht, maar beperk me verder tot 'goeiemorgen'.

Weer thuis hebben Manlief en ik last van jetlag. Ook Zoonlief is uit zijn gewone doen. Heeft hij eveneens last van het uurverschil? Of is het het nachtje doordoen dat hem parten speelt? We zullen het nooit weten.

woensdag 28 september 2011

Costa Rica (7)

Manuel Antonio


Onze wandeling in het Nationaal Park Manuel Antonio eindigt aan een strand dat zich uitstekend zou lenen voor een reclamespot van Fa-douchemelk. We laten onze spulletjes achter bij een boomstronk en duiken meteen in zee. Het water voelt heerlijk warm aan. We springen telkens weer in de metershoge golven tot we te moe zijn en de zee zomaar over ons heen beukt. We leggen ons languit in het witte zand. Even later haal ik onze picknick te voorschijn.
'Be carefull,' hoor ik, zodra ik een perzik voor Zoonlief begin te schillen. Toeristen wijzen naar het bos achter ons. Vanuit het woud sluipen twee leguanen naar ons toe. Het vrouwtje kijkt ons vanop een redelijke afstand doordringend aan. Het mannetje heeft nog nooit van gevaar gehoord en komt dichterbij. Heel dichtbij zelfs, tot op slechts een halve meter van ons vandaan. Hij heeft het duidelijk op de perzik gemunt. Maar dieren voederen is verboden. Dus eten we ons fruit zelf op. Pech!
Ook als we de perzik binnengespeeld hebben blijven de twee nog een hele poos rond ons dralen. Het vrouwtje is de eerste die het opgeeft en weer naar het woud kruipt. Pas dan zet ook het mannetje zijn zinnen op iets anders. Namelijk op haar. Nu hij niet van de perzik kunnen snoepen heeft verdient hij wel een ander pleziertje. Hij knikt met zijn kop en schuifelt in haar richting. Zij springt op een boomtak. Hij blaast zijn kaakkwab op. Zij klimt wat hoger in de boom. Hij knikt weer, pompt en springt. Mis. Hij landt in het zand. Het vrouwtje schiet weg. Hij pompt opnieuw, springt en wiebelt aan de tak. Hij heist zich hoger in de boom. Maar ondertussen is het vrouwtje nergens meer te bespeuren. Dat is dus twee keer pech!

zondag 25 september 2011

Costa Rica (6)

Las Juntas


Op weg naar onze volgende bestemming houden we halt in een klein dorp. We stappen een lokaal restaurant binnen om een hapje te eten. Toevallig is de mis net uit en druppelen ook vele dorpsbewoners binnen. Vooral jonge stelletjes met hun kroost. Piepjonge stelletjes. Meisjes en jongens van amper twintig jaar met een stuk of drie pagadders. Pubers van hooguit vijftien met een snoezelige baby. Ach ja, misschien zien deze Middenamerikaanse mensen er een tikje jonger uit dan ze zijn. Maar het zijn en blijven kinderen.
Tienersmoeders, bij ons maken ze er een tv-programma over. Hier is het blijkbaar de doodgewoonste zaak.

woensdag 21 september 2011

Costa Rica (5)

Rincon de la Vieja


Na onze douche van gisteren laten we ons niet afschrikken door het donkere wolkenpak en trekken weer de jungle in. We gaan op zoek naar vulkanische bronnen, borrelende modderputten en plaatsen waar de aarde alle kleuren van de regenboog heeft en hete gassen zomaar uit de grond opstijgen. De natuur is ruwer hier. We klauteren over de wortels van de woudreuzen en beklimmen glibberige rotsen.
Al gauw begint het te druppen en even later valt de regen weer met bakken uit de lucht. De wandelpaden transformeren tot watervallen. Het is zoeken welke richting we uit moeten nu. Gelukkig kunnen we op onze neus voortgaan. De rotte eiergeur verraadt immers waar we moeten zijn. Onze poncho's beschermen ons lijf een beetje tegen het vele nat, maar toch zeikt de regen langs onze benen naar beneden. Onze voeten soppen in onze schoenen.
We vinden het best avontuurlijk allemaal. Alleen onze schoenen hebben pech. Hun vakantie is voorbij. Alle volgende dagen moeten ze immers staan drogen.

maandag 19 september 2011

Costa Rica (4)

Rincon de la Vieja


We zijn nog geen vijf minuten aan het stappen als een neusbeertje vlak voor onze ogen een kikker opgraaft en verorbert. Iets dieper in het woud fluit een kokende waterketel. Of is het het fluitketelvogeltje? Het beestje laat zich niet zien. Vele van zijn soortgenoten doen dat wel. We ontdekken talrijke insecten waarvan we het bestaan nooit hadden vermoed en bewonderen een stoet hardwerkende parasolmieren. Prachtige vlinders fladderen van de ene kleurrijke bloem naar de andere. Tegen de stam van een reusachtige boom slaapt een vleermuizenfamilie.
Er zitten best enkele venijnige klimmetjes in deze wandeling. En dat bij deze hitte! Onze kleren plakken aan ons lijf.
Als we na enkele uren bij de waterval aankomen duiken we dan ook meteen het meertje ervoor in. Zalig!
Maar na een lekker lange zwempartij moeten we natuurlijk ook nog de hele weg terug. De zon verstopt zich af en toe, maar het blijft bloedheet. Het klimmen en klauteren valt ons almaar zwaarder. Onze kleren plakken zo mogelijk nog harder nu. Tot plots enkele regendruppels ons verfrissen. Ze komen als geroepen. Even later klatert de regen uit de lucht zoals hij in ons Belgenlandje nog nooit heeft geklaterd. Het spuit gewoon. We worden door en door nat. Maar ook dit is zalig. Nog nooit heb ik zo intens genoten van een stortbui.

vrijdag 16 september 2011

Costa Rica (3)

Monteverde


Door de idee alleen al doe ik het haast in mijn broek, maar een reis door Costa Rica zonder 'canopy' is volgens mijn reisgenoten als Parijs bezoeken zonder de Eiffeltoren te zien. Dus schraap ik al mijn moed bij elkaar en heis mijn benen in de lussen, gesp de riemen rond mijn lijf, zet de helm op mijn hoofd en trek de verstevigde werkmanshandschoenen aan. Een laatste kruisteken en klaar ben ik om langs de ijzeren kabels tussen de boomtoppen te glijden, vijftig meter boven de begane grond. Hoewel, klaar? Ik zou liever terugkeren, maar de gids bevestigt mijn katrol reeds aan de kabel. Ik knijp mijn ogen toe, bijt mijn lippen kapot en zoef biddend dat dit maar goed komt door de jungle. Even later open ik mijn ogen toch, maar vergeet van schrik te genieten van alle schoonheid rondom mij. Manlief en Zoonlief daarentegen roetsjen luid lachend van het ene plateau naar het andere. De adrenaline giert vrolijk door hun lijven. Ze merken mijn angstzweet niet op. Ook niet als we aan het laatste deel van dit parcours toegekomen zijn, de 'Tarzan Swing'. Hier word je aan een touw vastgemaakt en hoef je alleen te springen. Na acht meter vrije val slinger je dan net als de filmheld heen en weer tussen al het groen. Dit doe ik niet! Voor niets ter wereld!
'Wie eerst?' vraagt de gids en meteen antwoordt Zoonlief: 'Ik!' Zijn ogen schitteren. Voor de mijne duikt een mist op.
En daar gaat Zoonlief de dieperik in.'Joehoe!' klinkt het.
Ik vraag me verbijsterd af of die echt mijn genen heeft.

donderdag 8 september 2011

Costa Rica (2)

La Fortuna
We wilden langs de flanken van de Arenal-vulkaan wandelen, maar de onophoudelijke regen zorgt ervoor dat we onze plannen veranderen. We bezoeken een slangenmuseum. Er kronkelen niet alleen slangen rond in de bakken, maar je vindt hier ook hagedissen, wandelende takken, schorpioenen, spinnen, vlinders en een heleboel kikkers. Zoals de roodoogmakikikker. Hij is 's nachts actief. Zelf zou ik hem nooit opgemerkt hebben, want slapend is hij niet meer dan een groene bobbel onder een blad. Maar als de gids hem wekt, vouwt hij zijn poten onder zijn lijf uit en kijkt ons met zijn felle ogen verdwaasd aan. We mogen hem over onze hand laten kruipen. Ik kom als laatste aan de beurt. Ondertussen is hij het hartsgrondig beu. En dat zal ik geweten hebben. 't Beest plast waar hij zit. Zijn urine drupt van mijn hand en arm...