Zwangerschapstest
'Ik ben moe,’ zei ik die laatste middag van onze wijnreis naar Bourgogne aan tafel.
'Je zal nog moeder worden,’ grapte L.
Manlief en ik keken elkaar een seconde aan. We zeiden niets. Maar R. had het opgemerkt.
Vanaf dat moment wist zij dat ik zwanger was. Zelf geloofden we daar nog niet in. Mijn maandstonden lieten deze maand wel wat langer op zich wachten dan gewoonlijk, maar wie zegt dat ik een regelmatige cyclus had. Dat hoefde volgens mij nergens op te wijzen. Ik was pas gestopt met mijn pil. De meeste van mijn vriendinnen hadden maanden, en sommigen zelfs jaren moeten wachten voor ze zwanger waren. Dus waarom zou ik dan, die tenslotte toch al een flink pak ouder was dan diezelfde vriendinnen toen zij aan kindjes begonnen, zo snel prijs hebben?
Maar ik was wel moe. Tijdens de terugreis viel ik als een blok in slaap op de bus.
De volgende dag haalde ik toch maar een Predictortest in huis. Net voor ik het avondmaal zou beginnen klaarmaken, plaste ik op het staafje en wachtte toen samen met Manlief een lange, spannende minuut.
‘Het zal wel niks zijn,’ zeiden we nog, ‘Zo snel dat kan gewoon niet.’
Maar het was wel iets. De Predictor kleurde roze. Er groeide een klein mensje in mijn buik.
Manlief en ik vielen elkaar in de armen. Het ene moment leek het alsof ik dit droomde, het andere voelde ik me heel erg zwanger. We waren blij, ontzettend blij. Maar het was ook verwarrend. We beseften dat moeilijkste opdracht van ons leven was begonnen. De boeiendste ook.
We stelden ons avondmaal uit en kraakten een flesje champagne.
Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.
Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.
Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
Posts tonen met het label maandstonden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maandstonden. Alle posts tonen
zondag 18 november 2012
vrijdag 16 november 2012
Vijfenveertig (21)
De vlek
We zijn de enige klas die nog op de speelplaats staat. Juffrouw D.B. wacht tot we netjes op twee rijen staan, met onze armen over elkaar, en tot we muisstil zijn. Net als dat lukt, kraait er een haan.
Met een commandantenblik stapt onze juffrouw tussen de rijen. W. krijgt een tik omdat haar voet net iets buiten de tegel komt waar ze op hoort te staan.
Als onze juffrouw D. passeert, zucht ze. ‘Is het weer van dat?’
Al onze gezichten draaien naar D. D. richt haar ogen op de grond. Op haar lange witte rok is een grote bruinrode vlek.
‘Heb je verband bij?’ gaat de juffrouw verder.
‘Nee…,’ knikt D. aarzelend. Ze krimpt in elkaar.
Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. De vorige keer had ik geen idee waar die plek vandaan kwam. Maar ondertussen weet ik het. Ik vroeg het aan ons moeke en ze heeft het me allemaal verteld. D. heeft haar maandstonden.
Juffrouw D.B. zegt dat we rustig naar de klas mogen gaan. Maar D. mag niet mee. Ze moet eerst naar de directrice. Ze durft niemand meer aankijken. Ze weent bijna.
Eigenlijk is dat toch niet nodig? Natuurlijk is die vlek niet plezant. Maar het betekent wel dat ze al groot is. Ik zou ook al groot willen zijn. Alleen zou ik dan geen witte rok dragen.
Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.
We zijn de enige klas die nog op de speelplaats staat. Juffrouw D.B. wacht tot we netjes op twee rijen staan, met onze armen over elkaar, en tot we muisstil zijn. Net als dat lukt, kraait er een haan.
Met een commandantenblik stapt onze juffrouw tussen de rijen. W. krijgt een tik omdat haar voet net iets buiten de tegel komt waar ze op hoort te staan.
Als onze juffrouw D. passeert, zucht ze. ‘Is het weer van dat?’
Al onze gezichten draaien naar D. D. richt haar ogen op de grond. Op haar lange witte rok is een grote bruinrode vlek.
‘Heb je verband bij?’ gaat de juffrouw verder.
‘Nee…,’ knikt D. aarzelend. Ze krimpt in elkaar.
Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. De vorige keer had ik geen idee waar die plek vandaan kwam. Maar ondertussen weet ik het. Ik vroeg het aan ons moeke en ze heeft het me allemaal verteld. D. heeft haar maandstonden.
Juffrouw D.B. zegt dat we rustig naar de klas mogen gaan. Maar D. mag niet mee. Ze moet eerst naar de directrice. Ze durft niemand meer aankijken. Ze weent bijna.
Eigenlijk is dat toch niet nodig? Natuurlijk is die vlek niet plezant. Maar het betekent wel dat ze al groot is. Ik zou ook al groot willen zijn. Alleen zou ik dan geen witte rok dragen.
Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.
Abonneren op:
Posts (Atom)