17 jaar geleden
Na het werk slaan we een babbeltje met onze buren. Hun dochtertje C. zit ondertussen vrolijk onze Poeslief achterna. De twee amuseren zich kostelijk. Maar plots zijn ze uit ons zicht verdwenen. Als we hen nergens vinden slaat Buurvrouw in paniek. Dan denk ik eraan dat Poeslief wel eens tussen de boompjes naar de tuin van onze andere Buurman durft kruipen. Ik ga even kijken op zijn erf. Poeslief zit er inderdaad tussen de struiken. En C. staat op nog geen halve meter van de waterput die er gevaarlijk open ligt.
Zondag, 6 november 2011
Als Zoonlief naar bed gaat wil hij zoals elke avond Poeslief slaapwel zeggen. Ik herinner me dat ik hem een hele tijd geleden heb buiten gelaten.
'Neem je staart maar mee,' zei ik nog toen hij in de deuropening bleef dralen.
Vreemd dat hij nog niet terug is, want onze oude poes zet nog wel regelmatig een stapje in de wereld, maar komt telkens na een tiental minuten weer binnen. Zoonlief roept hem uit volle borst, maar Poeslief komt niet opdagen. Ook op het geroep van Manlief en mezelf reageert hij niet. We kijken op alle plekjes waar Poeslief graag vertoeft: op het terras, tussen de buxusbollen, onder de rododendron, op onze oprit,... We zoeken ook wat verder weg: achter het tuinhuis, in de voortuintjes van de buren, zelfs in
ons oerwoud, maar geen Poeslief te bespeuren...
Tegen zijn zin gaat Zoonlief naar bed. Hij valt maar moeilijk in slaap. Manlief en ik trekken nog eens buiten rond, met een zaklamp dit keer. We kijken op alle plaatsen waar we reeds zochten en wandelen de hele straat af. We zoeken ook in de grachten. Tegen onze zin kruipen we uiteindelijk ook onze nest in.
Maandag, 7 november 2011
Ik ben al vroeg wakker. Ik hoop dat Poeslief gewoon voor de deur staat, zoals in zijn jonge jaren, toen bleef hij wel vaker een nachtje weg. Maar nee... nog voor het ontbijt ga ik weer op zoek. Nadat Manlief Zoonlief naar school heeft gebracht speurt hij met me mee: we kammen nog eens onze tuin en oerwoud uit, we zoeken in het veld erachter, in een bos wat verderop...
Na school gaat Zoonlief de straat op. Hij neemt Poesliefs lievelingssnoepjes mee en rammelt met het doosje. Op dit geluid komt Poeslief immers steevast af. Hij typt 'gezocht!'-briefjes en stopt ze in alle brievenbussen in de buurt.
Ik vertel Zoonlief voorzichtig dat ik bang ben dat we Poeslief niet meer levend zullen terugvinden. Hij heeft suikerziekte en kan onmogelijk zo lang zonder insuline. Hij schrikt, maar beseft de waarheid meteen. Misschien vreesde hij het in zijn binnenste al.
Dinsdag, 8 november 2011
Tegen beter weten in speuren we opnieuw de hele buurt af. We vragen aan Boer of we ook zijn akker mogen doorspitten. Manlief kruipt over het prikkeldraad om de hele paardenwei af te stappen.
'Nog niks gevonden?' bromt Buurman als hij ons bezig ziet.
'Helaas niet,' zucht ik, 'Mogen we ook even in jouw tuin kijken?'
Hij heft zijn schouders. 'Ik heb hem echt niet gezien, hoor!'
Manlief dringt aan. Terwijl ik onder de haag zoek, stapt hij meteen naar de waterput. Die ligt nog steeds open. Er drijven haartjes op. Poezenhaartjes. Poesliefs haartjes. Manlief knielt bij de put neer en vindt Poeslief onder het beton.
Waarschijnlijk heeft hij willen drinken en is hij zo in de put gesukkeld.
's Avonds pikken we Zoonlief met ons tweetjes op op school. Hij heeft meteen door dat er iets niet in de haak is.
Samen begraven we Poeslief op zijn favoriete plekje in
het oerwoud.
Ik weet het, hij is maar een dier, maar wat zullen we hem missen. Heel erg missen. Alle drie.
Woensdag, 9 november 2011
Vanuit het slaapkamerraam merk ik dat Buurman het deksel op zijn waterput heeft gelegd.