Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast


Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.

Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.

Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen

maandag 27 mei 2013

Nieuw op mijn boekenplank

-Mijn oma is van peperkoek/ Evelien De Vlieger en Sabien Clement: als de achtjarige ik-figuur uit dit boek op school zijn stamboom moet uitschrijven, heeft hij een probleem, want door massa's scheidingen en nieuwe relaties in zijn familie heeft hij maar liefst elf oma's en opa's. Via verhalen, gedichten en recepten maken we kennis met deze grootouders: de lenigste, de gekste, de snelste, de opa die sterft en degene die de hele dag op facebook zit,... De Vlieger breekt met alle cliché's en stelt energieke, hedendaagse oma's en opa's voor. De gedichten vallen tegen, want ze zijn louter rijmelarij, maar verder weet De Vlieger met weinig woorden en veel humor een sfeervol decor te schetsen. Ook in de prachtige illustraties van Clement komen die humor en sfeer terug.
Voor kinderen vanaf 4 jaar (voorlezen) of 8 jaar (zelf lezen).
**1/2

-Een hoofd vol rommel/ Koen D'haene en Leen Van Durme: als Silke thuiskomt van school ligt haar mama vaak op de sofa te slapen. Ze heeft immers een depressie en een drankprobleem. Haast nooit maakt ze eten voor Silke klaar. En ook haar kleren zijn meer niet gewassen dan wel. Bijna dagelijks is er ruzie thuis. Ook al belooft Silkes mama regelmatig dat ze zal stoppen met drinken, telkens weer loopt het mis. Silke voelt zich erg verantwoordelijk voor haar mama en ze schaamt zich ook. Ze durft dan ook met niemand over de problemen thuis te praten. Gelukkig beseft haar mama zelf dat het zo niet langer verder kan en zoekt ze hulp. Als haar mama over haar alcoholverslaving aan een vriendin durft te vertellen, neemt ook Silke haar meester en een vriendinnetje in vertrouwen. Dit is ook de boodschap die D'haene met dit heftige verhaal meegeeft: blijf nooit met zulke problemen zitten, maar praat erover met anderen. Zo zullen ze je beter begrijpen en gemakkelijker kunnen helpen.
De eenvoudige zwart-wit illustraties met grijs ingekleurde vakken van Van Durme geven de sfeer van het verhaal bijzonder goed weer.
Dit verhaal is vlot geschreven, uitstekend inleefbaar, erg realistisch en nergens te zwaar op de hand. Het kan de poorten tot een gesprek openen. Achteraan vind je doorverwijzingen naar instanties die hulp kunnen bieden bij verslavingen en andere psychische problemen in het gezin.
Voor kinderen vanaf 8 jaar.
***
 
-Hond gezocht/ Berti Persoons: omdat opa Jan eenzaam is, neemt hij op aanraden van zijn buurmeisje, Esther een hond. Hij kiest de liefste hond uit het asiel en noemt hem Cesar. Opa Jan en Cesar zijn gek op elkaar, maar toch loopt Cesar, als op een dag het hek is blijven openstaan, weg en verdwaalt. Hij komt bij de jongens Simon en Murat terecht. Zij willen hem graag houden. Simon wil dat zelfs nog als hij in de winkel een 'gezocht'-affiche ziet, maar Murat is het daar niet mee eens.
Naast deze hoofdverhaallijn heeft Persoons het nog over Gerrit die zijn hond, Blacky van zijn ouders weer naar het asiel moet brengen en later in de verdwaalde Cesar zijn Blacky herkent, en over de slechte relatie tussen Simon en zijn zus, maar werkt dit niet verder uit. Hij vertelt het verhaal rechttoe rechtaan en bouwt weinig of geen spanning op.
Voor kinderen vanaf 8 jaar.
*
 
-Herinneringen van een denkbeeldig vriendje/ Matthew Dicks: Budo is het denkbeeldige vriendje van Max, een achtjarige jongen met autisme. Hij is zo'n vriendje waarvan iedereen denkt dat hij niet bestaat, maar omdat Max hem heeft bedacht, bestaat hij wel. Als Max op een dag verdwijnt, is Budo de enige die weet waar hij is en de enige ook die hem kan redden. Zo ontstaat een ontroerend en verrassend verhaal over vriendschap, opoffering en de kracht van verbeelding. Dat Matthews voor Budo als hoofdpersonage heeft gekozen is niet alleen origineel, doordat hij Max zo goed kent, slaagt hij er ook in de lezer Max, die geen buitenkant heeft, maar helemaal binnenkant is, volledig te laten aanvoelen. Hierdoor brengt hij de lezer zo dicht bij autisme als mogelijk. Enig minpuntje is dat het boek nogal traag op gang komt, doordat Budo veel herhaalt en dingen uitlegt die je als lezer zelf wel kan bedenken.
Voor volwassenen.
***1/2
 
 
 

 

 

dinsdag 26 maart 2013

Nieuw op mijn boekenplank


-Rood of waarom pesten niet grappig is/ Jan De Kinder: 'Het is iets van niets. Het is zo klein. Er is niemand die het ziet. Alleen ik.' Een meisje merkt dat Tuur bloost. Ze lacht. Even later lacht de hele klas en wordt Tuur ontzettend gepest. Dat is niet meer grappig. Gelukkig is het meisje dapper en durft ze tegen de juf te vertellen wat er aan de hand is. De Kinder toont hoe klein en onbedoeld pesten vaak begint, maar al snel uitgroeit tot iets reusachtigs. Hij toont ook hoe sterke kinderen dit pesten een halt kunnen toeroepen.
Grijs, zwart, aardetinten, een vleugje groen en natuurlijk rood kleuren niet alleen dit boek, ze insinueren ook alle emoties die bij dit verhaal te pas komen. De Kinder heeft daarnaast weinig lijnen nodig om zijn verhaal te vertellen en de gevoelens van de personages duidelijk te maken. Hij gebruikt af en toe collage- of druktechnieken. Woorden heeft De Kinder evenmin veel nodig, maar degene die hij gebruikt zijn wel steeds raak gekozen. Zo staat er telkens veel meer dan er staat.
Een schitterend boek om met kinderen over pesten, en het stoppen van pestgedrag te praten.
Voor kinderen vanaf 4 jaar.
****

-Warres vleugels/ Inge Bergh en Alain Verster: Ietwat mysterieus, sprookjesachtig,  is dit verhaal over Warre, een jongen die bij zijn vader woont, maar niet aan diens hoge verwachtingen kan voldoen. 'Hier komt niets van je terecht,’  heeft die vader gezegd voor hij hem op pad stuurt, 'Zoek iemand die je af en toe een schop onder je kont geeft. Je moet vooruit!' Warre gaat op zoek naar iemand die hem letterlijk zo'n schop geven wil. En ook al vindt hij die niet, hij leert veel onderweg en ontdekt zijn eigen kracht. Bergh is zuinig met woorden, wat er geen gemakkelijk verhaal van maakt, maar een dat erom vraagt meerdere keren gelezen te worden, zodat het kan groeien, net als poëzie.
De illustraties van Verster sluiten daar perfect bij aan, want zij zijn puur poëzie. Grijze, beige, gele en bruine tinten overheersen de meestal paginagrote prenten, waarin volop herfstbladeren opdwarrelen en vogels rondfladderen. Ook zij moeten meer dan een keer worden bekeken om er ten volle van te kunnen genieten. Wie deze moeite doet ontdekt een bijzonder verhaal over verwachtingen en onmacht, opgroeien en loslaten, en vooral ook liefde.
Voor kinderen vanaf 8 jaar.
****

-Twee tieten in een envelop/ Wim Daniëls: ‘Mag je nog lachen als je moeder doodziek is?’ is de ondertitel van dit boek en meteen een van de vragen die Wietske voortdurend bezig houden, want haar moeder heeft kanker en zal niet lang meer leven. Ze stapt alvast uit de moppenclub op school.
Daniëls vertelt het verhaal van Wietske en haar moeder rechttoe, rechtaan. Scherp. Hij toont de hele ziekte door de ogen van Wietske: hoe haar moeder haar haren verliest, hoe ze hoe langer hoe meer in bed blijft, hoe papa telkens weer ‘gemaakt’ vrolijk doet en hoe Wietskes broer zo boos is dat hij zelfs vergeet lief te zijn voor de moeder zelf, tot Wietske hem enkele dagen voor haar dood bij haar moeder in bed aantreft.
Een levensecht verhaal, nergens overdreven sentimenteel, dat je toch naar de keel grijpt.
Voor kinderen vanaf 10 jaar.
***

-Mijn meneer/ Ted Van Lieshout: Eigen belevenissen zijn de basis van deze roman over de relatie tussen de elfjarige Ted en ‘zijn meneer’. Ted ontdekt een briefje in een kapelletje, waar hij wel eens stopt op weg naar school. Het blijkt er gelegd te zijn door een man die pas in het dorp is komen wonen. Het is het begin van de vriendschap met die man, een vriendschap waarbij de meneer het Ted erg naar de zin wil maken, maar tegelijk telkens meer de grenzen van het toelaatbare overschrijdt. Enerzijds voelt Ted dit aan, anderzijds geniet hij er ook van. Hij durft er in elk geval tegen niemand over te vertellen, behalve tegen Maria uit het kapelletje, die hij brieven schrijft.
In deze roman zijn de brieven gebundeld. Zo slaagt Van Lieshout erin het verhaal volledig vanuit het kind te schrijven, zonder ergens te duiden of te veroordelen. Dat is sterk. Als lezer krijg je hierdoor een genuanceerd beeld. Het ene moment ben je boos op de meneer, dan weer kan je begrip opbrengen voor de relatie. Een roman die met veel moed is geschreven.
Voor volwassenen.
****

 

 

zaterdag 22 december 2012

Nieuw op mijn boekenplank

Hond bijt wolf / Sylvia Vanden Heede en Marije Tolman: het zit Hond niet mee. Hij heeft een bot, maar Wolf wil het ook. Bovendien haalt zijn baas Pup in huis. Daar is hij allesbehalve blij mee. Maar dan krijgt hij een idee. Als Wolf op Pup past, geeft hij hem een bot in ruil. En zo gebeurt het. Tot Hond wroeging krijgt… In dit derde boek in de reeks over Wolf en Hond puzzelt Vanden Heede de korte woorden die onze taal rijk is tot eenvoudige zinnen, en knutselt ze deze zinnen tot een amusant, soms grappig en boeiend verhaal voor beginnende lezers (AVI start tot M3). De expressieve, kleurrijke en vrolijke illustraties van Tolman zorgen ervoor dat deze lezers tussen het smullen van de woorden door regelmatig even tot rust kunnen komen.
Voor kinderen vanaf 7 jaar.
***

Papa, hoor je me? / Tamara Bos en Annemarie van Haeringen: Polles papa is pas overleden. Op zijn eenvoudige, kinderlijke manier haalt Polle herinneringen op aan de periode toen zijn papa ziek was en vertelt hij wat er gebeurt tot aan de crematie. Hij is hierbij zo eerlijk het ook over de dingen te hebben die hij niet leuk vond aan zijn papa. Dit maakt het verhaal meteen levensecht en herkenbaar. Bos brengt het verdriet van het kind bijzonder fijngevoelig onder woorden, zonder ook maar ergens te vervallen in volwassen sentiment. Ze gebruikt hierbij een verbazend lichte en luchtige taal. Ze vergelijkt de ziekte van Polles papa met een eindeloos stratego. Deze metafoor trekt van Haeringen knap door in de illustraties. Ze laat rode en blauwe stratego-mannetjes met elkaar vechten, waarbij de blauwen verliezen en hun stratego-vriend ten grave dragen. Door de soberheid en oprechtheid raakt dit boek je diep. Het kan een gesprek openen met wie ook iemand heeft verloren. Een aanrader!
Voor kinderen vanaf 8 jaar.
****

De reus van de zomerflat / Stefan Boonen en Tom Schoonooghe: in de zomerflat waar Albert Lofloos woont, gebeurt nooit wat tot er deze zomer plots heel veel gebeurt. Boonen weeft twee verhalen door elkaar: het fantasierijke over de ontmoeting met reus, Pjiep, en het realistische over hoe de bewoners zomaar uit hun flat worden gezet. Hij snijdt hierbij heel wat thema’s aan als armoede, verwaarlozing, vriendschap, eenzaamheid, de gevolgen van de opwarming van de aarde,… Dit gebeurt erg suggestief waardoor jonge lezers ze waarschijnlijk niet allemaal vatten. De spanning in het verhaal krijgen ze sowieso wel mee. De reus spreekt een originele eigen taal wat vaak voor droge, grappige dialogen zorgt. De sobere en eigenzinnige illustraties van Schoonooghe vormen een mooie aanvulling bij de tekst. Een zomers verhaal dat ook in de winter kan worden gesmaakt.
Voor kinderen vanaf 10 jaar.
***

Help me herinneren / Bernlef: herinneringen lopen als rode draad doorheen het oeuvre van Bernlef en met deze negentien verhalen over herinneren en vergeten meteen ook doorheen zijn allerlaatste boek (Bernlef overleed op 29/10/2012). In het titelverhaal krijgt een Italiaanse ober in New York brieven van zijn analfabete moeder. Ze dicteert de brieven aan een dorpsgenote, maar ook als er iets gebeurt waardoor de moeder niet meer kan praten, blijft de ober brieven vol herinneringen ontvangen. Andere vertellen o.a. over een jazzpianist die van de aardbodem verdwijnt, een jongeman die verliefd wordt op de geur van zijn werkster die hij nog nooit in levende lijve heeft gezien, een man die tijdens een reünie uitkijkt naar een verloren geliefde die helaas lang geleden blijkt omgekomen te zijn bij een verkeersongeluk,… De verhalen kenmerken zich doordat ze het vooral van de sfeer moeten hebben. De hoofdpersonages spreken vaak met dezelfde stem. Is dit de auteur die we tussen de regels horen? Zeker bij het verhaal ‘Na mijn begrafenis’, waarin een zekere Henk, die wel erg veel op Bernlef lijkt, zich in het hiernamaals afvraagt of herinneringen betrouwbaar zijn, blijft deze vraag nazinderen.
Voor volwassenen
***

woensdag 21 november 2012

Vijfenveertig (26)

Boekenzondag

Zoals elke zondag moet ik mee naar de kerk. Zoals elke zondag luister ik daar niet naar wat de pastoor vertelt, maar gluur ik naar de gehandicapte jongen schuin achter me en de zussen met de lange haren schuin voor me. Ik droom dat ik zo mooi ben als zij. Ik beeld me in dat zij mijn vriendinnen zijn. Ondertussen tel ik de minuten tot aan de communie af. Na de communie kijk ik wel naar de pastoor, want ik weet dat het dan niet meer zo lang duurt. Zodra de pastoor een kruisteken maakt schiet ik recht en wring me tussen de andere mensen over het gangpad naar achteren.
Als eerste stap ik dan de parochiebibliotheek in het huisje naast de kerk binnen. Het is een smal en donker huisje. De kleine kamers staan vol schabben met boeken. Het ruikt er muf. Ik leg mijn boeken van de vorige week op de toonbank en loop door tot helemaal achteraan, want daar staan de kinderboeken. De meeste zijn al oud. Hun kaft is gekreukt en hun bladen zijn vergeeld. Maar de verhalen erin zijn wel spannend of romantisch gebleven. In het donker moet ik goed kijken om hun titels te kunnen lezen. Toch is mijn keuze gauw gemaakt. De mevrouw achter de toonbank schrijft de boekgegevens op mijn kaart en stempelt de datum van vandaag ernaast. Nu is het nog wachten op mijn broer. Hij heeft meer werk om net die boeken die hij wil lezen in de boekenrijen te vinden.
Thuis leg ik me met mijn mooiste aanwinst languit op de zetel. Eerst speelt mijn broer nog naast me met zijn Playmobil en geeft ons moeke de planten water. Maar even later word ik zo door mijn boek opgeslokt dat zij nog amper figuranten zijn. Net als het draaispit dat zoemt in de oven en de geur van gebraden kip die langzaam ons huis vult niet meer zijn dan achtergrond bij mijn verhaal.
Pas als Johan Verminnen veel later op de radio
‘Met zeven aan de tafel, de grote tafel bij ons thuis. Is het eten nog niet klaar? Vader van ’t kaarten niet thuis…’ zingt, en ons moeke zwaar zuchtend langs het raam passeert om te zien waar ons vake, die een pintje is gaan drinken, blijft, is er weer even leven naast de zinnen die ik lees.
Stil hoop ik dat ons vake nog keilang wegblijft. En ik duik weer in mijn boek.

Meer over mijn vijfenveertigdagenproject lees je hier.