Als we tijdens het weekend 's avonds niet de deur uitgaan, kijken we vaak naar een film op tv die we eerder hebben opgenomen. Omdat Zoonlief de voorbije weken een paar keer heeft mogen meekijken, is hij geïnteresseerd in welke film we vanavond zullen zien.
Dat is 'Hasta la vista'.
'Waarover gaat die film?' vraagt Zoonlief.
'Over drie jongens met een handicap die samen op vakantie gaan naar Spanje,' antwoord ik.
'Lijkt me saai,' reageert Zoonlief.
Ik knik alleen.
Even later diept Zoonlief plots een oud TV-blad op waarin een artikel over 'Hasta la vista' staat.
'Waarom staat hier een blote mevrouw bij?' vraagt hij.
'Omdat ook jongens met een handicap graag eens vrijen,' antwoord ik zo nonchalant mogelijk.
'Zo,' zegt hij, 'nu begrijp ik waarom hier 'hartverwarmende tragikomedie' is geschreven.'
Hij leest nog even verder.
'Zijn jullie hier eigenlijk niet een beetje te jong voor?' klinkt het dan.
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.
Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.
Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
zondag 23 juni 2013
maandag 17 juni 2013
Zonder woorden
Ik was mijn boodschappen uit de koffer van mijn wagen aan het laden, toen een tiener in grijsblauw uniform luid en ook wat vals zingend voorbij kwam gefietst. Door de boom aan het begin van onze oprijlaan zag hij me pas op het laatstse nippertje.
'Oei, betrapt!' glimlachte hij.
'Geeft niet,' glimlachte ik terug, 'Fijn dat je er zo'n geweldig examen op hebt zitten!'
'Oei, betrapt!' glimlachte hij.
'Geeft niet,' glimlachte ik terug, 'Fijn dat je er zo'n geweldig examen op hebt zitten!'
maandag 10 juni 2013
Puddingbrood
L., de zoon van onze dorpsbakker is een klasgenoot van Zoonlief.
'Als L. jarig is, trakteert hij altijd met puddingbrood,' vertelt Zoonlief me, 'en dat is héérlijk!'
Ik frons mijn wenkbrauwen. 'Puddingbrood, wat is dat voor iets?'
'Een soort brood met vanillepudding in en hier en daar een rozijntje.' Zoonliefs ogen fonkelen.
Ik heb nog er nooit van gehoord, maar stel me er een koffiekoek ter grootte van een brood bij voor helemaal gevuld met een smeuïge pudding en enkele rozijnen. Hoe je die in sneetjes moet snijden zonder dat het een brij wordt is me een raadsel, maar verder klinkt het wel lekker.
Dan krijg ik keelpijn. Verschrikkelijke keelpijn. Mijn amandelen en al wat er verder nog in mijn keel zit zijn zo opgezwollen dat ik nauwelijks nog kan slikken. Naar mijn gevoel is pudding het enige dat ik nog naar binnen krijg. Die glijdt immers vanzelf door mijn keelholte.
De hele dag door denk ik aan pudding. En aan puddingbrood.
En 's nachts ook, want in mijn droom informeer ik naar zo'n brood bij de bakkerin. Ze beschrijft een nog reusachtigere koffiekoek. 'Het is écht héérlijk,' verzekert ze me, 'Je moet er dan ook genoeg van nemen, want één zo'n brood eet je met gemak met twee personen op.'
Als ik de volgende morgen aan de ontbijttafel met het weinige stemgeluid dat ik nog krijg geproduceerd over mijn droom vertel, gaat me plots een licht op. Dat puddingbrood van Zoonlief is helemaal geen puddingbrood, maar broodpudding. Een bruine massa gemaakt van vies oud brood met suiker, eieren, een beetje vanillepoeder en rozijnen. Een cakeachtig gedoe dat er al eens gegeten uitziet. Bah!
Mijn keelpijn blijft. Slikken gaat nog lang niet. Maar puddingbrood hoef ik niet meer. Ik kom de dagen wel door met yoghurt.
'Als L. jarig is, trakteert hij altijd met puddingbrood,' vertelt Zoonlief me, 'en dat is héérlijk!'
Ik frons mijn wenkbrauwen. 'Puddingbrood, wat is dat voor iets?'
'Een soort brood met vanillepudding in en hier en daar een rozijntje.' Zoonliefs ogen fonkelen.
Ik heb nog er nooit van gehoord, maar stel me er een koffiekoek ter grootte van een brood bij voor helemaal gevuld met een smeuïge pudding en enkele rozijnen. Hoe je die in sneetjes moet snijden zonder dat het een brij wordt is me een raadsel, maar verder klinkt het wel lekker.
Dan krijg ik keelpijn. Verschrikkelijke keelpijn. Mijn amandelen en al wat er verder nog in mijn keel zit zijn zo opgezwollen dat ik nauwelijks nog kan slikken. Naar mijn gevoel is pudding het enige dat ik nog naar binnen krijg. Die glijdt immers vanzelf door mijn keelholte.
De hele dag door denk ik aan pudding. En aan puddingbrood.
En 's nachts ook, want in mijn droom informeer ik naar zo'n brood bij de bakkerin. Ze beschrijft een nog reusachtigere koffiekoek. 'Het is écht héérlijk,' verzekert ze me, 'Je moet er dan ook genoeg van nemen, want één zo'n brood eet je met gemak met twee personen op.'
Als ik de volgende morgen aan de ontbijttafel met het weinige stemgeluid dat ik nog krijg geproduceerd over mijn droom vertel, gaat me plots een licht op. Dat puddingbrood van Zoonlief is helemaal geen puddingbrood, maar broodpudding. Een bruine massa gemaakt van vies oud brood met suiker, eieren, een beetje vanillepoeder en rozijnen. Een cakeachtig gedoe dat er al eens gegeten uitziet. Bah!
Mijn keelpijn blijft. Slikken gaat nog lang niet. Maar puddingbrood hoef ik niet meer. Ik kom de dagen wel door met yoghurt.
maandag 3 juni 2013
Gedicht
Tijd
Toen jij er was
zoefde de tijd net
als hij vroeger deed,
zelfs nog een tikje
sneller.
Nu je er niet meer bent
loert hij van om de hoek,
lacht me vierkant uit,
vertikt het zelfs
te kruipen.
Toen jij er was
zoefde de tijd net
als hij vroeger deed,
zelfs nog een tikje
sneller.
Nu je er niet meer bent
loert hij van om de hoek,
lacht me vierkant uit,
vertikt het zelfs
te kruipen.
©Veerle Schaltin
maandag 27 mei 2013
Nieuw op mijn boekenplank
-Mijn oma is van peperkoek/ Evelien De Vlieger en Sabien Clement: als de achtjarige ik-figuur uit dit boek op school zijn stamboom moet uitschrijven, heeft hij een probleem, want door massa's scheidingen en nieuwe relaties in zijn familie heeft hij maar liefst elf oma's en opa's. Via verhalen, gedichten en recepten maken we kennis met deze grootouders: de lenigste, de gekste, de snelste, de opa die sterft en degene die de hele dag op facebook zit,... De Vlieger breekt met alle cliché's en stelt energieke, hedendaagse oma's en opa's voor. De gedichten vallen tegen, want ze zijn louter rijmelarij, maar verder weet De Vlieger met weinig woorden en veel humor een sfeervol decor te schetsen. Ook in de prachtige illustraties van Clement komen die humor en sfeer terug.
Voor kinderen vanaf 4 jaar (voorlezen) of 8 jaar (zelf lezen).
**1/2
-Een hoofd vol rommel/ Koen D'haene en Leen Van Durme: als Silke thuiskomt van school ligt haar mama vaak op de sofa te slapen. Ze heeft immers een depressie en een drankprobleem. Haast nooit maakt ze eten voor Silke klaar. En ook haar kleren zijn meer niet gewassen dan wel. Bijna dagelijks is er ruzie thuis. Ook al belooft Silkes mama regelmatig dat ze zal stoppen met drinken, telkens weer loopt het mis. Silke voelt zich erg verantwoordelijk voor haar mama en ze schaamt zich ook. Ze durft dan ook met niemand over de problemen thuis te praten. Gelukkig beseft haar mama zelf dat het zo niet langer verder kan en zoekt ze hulp. Als haar mama over haar alcoholverslaving aan een vriendin durft te vertellen, neemt ook Silke haar meester en een vriendinnetje in vertrouwen. Dit is ook de boodschap die D'haene met dit heftige verhaal meegeeft: blijf nooit met zulke problemen zitten, maar praat erover met anderen. Zo zullen ze je beter begrijpen en gemakkelijker kunnen helpen.
De eenvoudige zwart-wit illustraties met grijs ingekleurde vakken van Van Durme geven de sfeer van het verhaal bijzonder goed weer.
Voor kinderen vanaf 4 jaar (voorlezen) of 8 jaar (zelf lezen).
**1/2
-Een hoofd vol rommel/ Koen D'haene en Leen Van Durme: als Silke thuiskomt van school ligt haar mama vaak op de sofa te slapen. Ze heeft immers een depressie en een drankprobleem. Haast nooit maakt ze eten voor Silke klaar. En ook haar kleren zijn meer niet gewassen dan wel. Bijna dagelijks is er ruzie thuis. Ook al belooft Silkes mama regelmatig dat ze zal stoppen met drinken, telkens weer loopt het mis. Silke voelt zich erg verantwoordelijk voor haar mama en ze schaamt zich ook. Ze durft dan ook met niemand over de problemen thuis te praten. Gelukkig beseft haar mama zelf dat het zo niet langer verder kan en zoekt ze hulp. Als haar mama over haar alcoholverslaving aan een vriendin durft te vertellen, neemt ook Silke haar meester en een vriendinnetje in vertrouwen. Dit is ook de boodschap die D'haene met dit heftige verhaal meegeeft: blijf nooit met zulke problemen zitten, maar praat erover met anderen. Zo zullen ze je beter begrijpen en gemakkelijker kunnen helpen.
Dit verhaal is vlot geschreven, uitstekend inleefbaar, erg realistisch en nergens te zwaar op de hand. Het kan de poorten tot een gesprek openen. Achteraan vind je doorverwijzingen naar instanties die hulp kunnen bieden bij verslavingen en andere psychische problemen in het gezin.
Voor kinderen vanaf 8 jaar.
***
-Hond gezocht/ Berti Persoons: omdat opa Jan eenzaam is, neemt hij op aanraden van zijn buurmeisje, Esther een hond. Hij kiest de liefste hond uit het asiel en noemt hem Cesar. Opa Jan en Cesar zijn gek op elkaar, maar toch loopt Cesar, als op een dag het hek is blijven openstaan, weg en verdwaalt. Hij komt bij de jongens Simon en Murat terecht. Zij willen hem graag houden. Simon wil dat zelfs nog als hij in de winkel een 'gezocht'-affiche ziet, maar Murat is het daar niet mee eens.
Naast deze hoofdverhaallijn heeft Persoons het nog over Gerrit die zijn hond, Blacky van zijn ouders weer naar het asiel moet brengen en later in de verdwaalde Cesar zijn Blacky herkent, en over de slechte relatie tussen Simon en zijn zus, maar werkt dit niet verder uit. Hij vertelt het verhaal rechttoe rechtaan en bouwt weinig of geen spanning op.
Voor kinderen vanaf 8 jaar.
*
-Herinneringen van een denkbeeldig vriendje/ Matthew Dicks: Budo is het denkbeeldige vriendje van Max, een achtjarige jongen met autisme. Hij is zo'n vriendje waarvan iedereen denkt dat hij niet bestaat, maar omdat Max hem heeft bedacht, bestaat hij wel. Als Max op een dag verdwijnt, is Budo de enige die weet waar hij is en de enige ook die hem kan redden. Zo ontstaat een ontroerend en verrassend verhaal over vriendschap, opoffering en de kracht van verbeelding. Dat Matthews voor Budo als hoofdpersonage heeft gekozen is niet alleen origineel, doordat hij Max zo goed kent, slaagt hij er ook in de lezer Max, die geen buitenkant heeft, maar helemaal binnenkant is, volledig te laten aanvoelen. Hierdoor brengt hij de lezer zo dicht bij autisme als mogelijk. Enig minpuntje is dat het boek nogal traag op gang komt, doordat Budo veel herhaalt en dingen uitlegt die je als lezer zelf wel kan bedenken.
Voor volwassenen.
***1/2
zondag 19 mei 2013
Koffiebollen
Omdat mijn trein een tiental minuten vertraging had, loop ik met haastige passen door de straten van Berchem. Maar als ik enkele meters in de Lange Leemstraat ben, vertragen mijn stappen toch. Een zoet aroma vult mijn neusgaten. Een geur uit mijn kinderjaren. Lichtjes gebrande mokka en caramel.
Nog voor ik de oude roestbuine poort met de geschilderde Arabier erop passeer, duik ik in de roosgeverfde kast bij moéke waar ze steevast een zakje koffiebollen bewaarde. Ik proef hun smeuïge smaak en herinner me hoe deze snoepen aan mijn tanden plakten. Wat zou ik graag weer even kind zijn en tenvolle van deze bonbons genieten.
Met spijt wandel ik de koffiebollenfabriek voorbij, en stap het gebouw ernaast binnen. Hier zal ik zo meteen mijn WiebelWoordenproject aan een jury voorstellen.
Bij de koffie en thee staat een schaaltje met koffiebollen. Stiekem stop ik er een in mijn mond en zuig hem langzaam op. Een kinderlijk enthousiasme overvalt me. Met de voorstelling kan niets meer misgaan.
Wil je ook meer weten over mijn WiebelWoordenproject? Klik dan op deze link en like mijn WiebelWoorden-facebookpagina of neem contact met me op via e-mail (zie zijbalk).
Met spijt wandel ik de koffiebollenfabriek voorbij, en stap het gebouw ernaast binnen. Hier zal ik zo meteen mijn WiebelWoordenproject aan een jury voorstellen.
Bij de koffie en thee staat een schaaltje met koffiebollen. Stiekem stop ik er een in mijn mond en zuig hem langzaam op. Een kinderlijk enthousiasme overvalt me. Met de voorstelling kan niets meer misgaan.
Wil je ook meer weten over mijn WiebelWoordenproject? Klik dan op deze link en like mijn WiebelWoorden-facebookpagina of neem contact met me op via e-mail (zie zijbalk).
dinsdag 7 mei 2013
In de tuin werken
Enkele huizen verderop is een vrouw van achteraan in de tachtig gestorven. Ik kende haar niet zo goed, want ze was al jaren ziek en kwam haast nooit meer buiten.
Haar man ken ik wel. Hij is klein, krom, stokoud. Maar hij rijdt wel nog dagelijks met zijn fiets naar de winkel. En hij werkt ook regelmatig in zijn voortuin. Dat doet hij trager dan traag. Met elke voorbijganger probeert hij een praatje te maken. Zo kan hij even op adem komen.
Nu zijn vrouw er niet meer is, zie ik hem nog vaker in zijn tuin. Hij hakt onkruid dat nog bijna onzichtbaar is en maait gras dat eigenlijk niet is gegroeid. Hij is nog kleiner, krommer, stokouder.
Haar man ken ik wel. Hij is klein, krom, stokoud. Maar hij rijdt wel nog dagelijks met zijn fiets naar de winkel. En hij werkt ook regelmatig in zijn voortuin. Dat doet hij trager dan traag. Met elke voorbijganger probeert hij een praatje te maken. Zo kan hij even op adem komen.
Nu zijn vrouw er niet meer is, zie ik hem nog vaker in zijn tuin. Hij hakt onkruid dat nog bijna onzichtbaar is en maait gras dat eigenlijk niet is gegroeid. Hij is nog kleiner, krommer, stokouder.
Abonneren op:
Posts (Atom)

