Wat ooit een blog was waarop ik gedachten en ditjes en datjes bij elkaar sprokkelde, groeide uit tot deze WiebelWoorden-blog, waar de alledaagse dingen zeker nog aan bod kwamen, maar ik je ook een inkijk in mijn geschiedenis gunde en aandacht had voor literatuur en poëzie.
Ook WiebelWoorden groeide. Het is niet langer alleen een blog.
Ik schrijf naast mijn eigen verhaal ook dat van jou of je dierbaren neer. Dat kan en heel levensverhaal zijn of slechts een periode uit je leven behandelen.
Ik geef workshops poëzie en levensverhalen schrijven voor iedereen, maar in het bijzonder voor mensen met een beperking, ouderen, zieken en rouwenden, en ik sta open voor andere schrijfopdrachten. Want schrijven is en blijft mijn passie.
Deze stek werd dus te klein. Mijn blog verhuist naar mijn eigen website. Daar zullen dezelfde dingetjes te lezen zijn als hier. Ik hoop dat je mee verhuist. Neem dan zeker ook eens de tijd om de rest van de website te bekijken.
Tot ziens op mijn nieuwe stek!
Van harte,
Veerle
www.wiebelwoorden.be
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.
Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.
Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
zondag 4 augustus 2013
zondag 28 juli 2013
Gedicht
Dag poes
Nog één zoen
en ik leg jein de kuil
die ik met papa
spitte in de tuin
Nog één aai
en ik schep natteaarde in je graf
versier het met de bloem
die mama me gaf
Dag allerliefste poes
maandag 22 juli 2013
Bijna op kamp
Nu Zoonlief bijna met de jeugdbeweging op kamp vertrekt komen als vanzelf de verhalen over de vorige kampen naar boven. We krijgen zowel dingen te horen die hij al honderden keren heeft verteld als nieuwigheden.
Dat hij in de tent 's morgens altijd als eerste wakker is en het dan zo gezellig vindt naar het gekwetter van de vogels te luisteren bijvoorbeeld.
Of dat ze tijdens een spel een paar minuten de tijd kregen om zoveel mogelijk kleren aan te doen. Hij had toen wel dertien broeken over elkaar aangetrokken. Stappen kon hij niet meer, zijn vrienden moesten hem dragen. Daarna hadden ze met al die kleren een klerenketting moeten maken. En zijn groep was, hoe kon het ook anders, gewonnen.
Ik begrijp plots hoe het komt dat een aantal broeken die eigenlijk al te klein hadden moeten zijn, hem nog steeds passen. Hij heeft ze tijdens dat spel immers flink uitgerekt.
Fijn kamp, Zoonlief!
Dat hij in de tent 's morgens altijd als eerste wakker is en het dan zo gezellig vindt naar het gekwetter van de vogels te luisteren bijvoorbeeld.
Of dat ze tijdens een spel een paar minuten de tijd kregen om zoveel mogelijk kleren aan te doen. Hij had toen wel dertien broeken over elkaar aangetrokken. Stappen kon hij niet meer, zijn vrienden moesten hem dragen. Daarna hadden ze met al die kleren een klerenketting moeten maken. En zijn groep was, hoe kon het ook anders, gewonnen.
Ik begrijp plots hoe het komt dat een aantal broeken die eigenlijk al te klein hadden moeten zijn, hem nog steeds passen. Hij heeft ze tijdens dat spel immers flink uitgerekt.
Fijn kamp, Zoonlief!
zondag 23 juni 2013
Hasta la vista
Als we tijdens het weekend 's avonds niet de deur uitgaan, kijken we vaak naar een film op tv die we eerder hebben opgenomen. Omdat Zoonlief de voorbije weken een paar keer heeft mogen meekijken, is hij geïnteresseerd in welke film we vanavond zullen zien.
Dat is 'Hasta la vista'.
'Waarover gaat die film?' vraagt Zoonlief.
'Over drie jongens met een handicap die samen op vakantie gaan naar Spanje,' antwoord ik.
'Lijkt me saai,' reageert Zoonlief.
Ik knik alleen.
Even later diept Zoonlief plots een oud TV-blad op waarin een artikel over 'Hasta la vista' staat.
'Waarom staat hier een blote mevrouw bij?' vraagt hij.
'Omdat ook jongens met een handicap graag eens vrijen,' antwoord ik zo nonchalant mogelijk.
'Zo,' zegt hij, 'nu begrijp ik waarom hier 'hartverwarmende tragikomedie' is geschreven.'
Hij leest nog even verder.
'Zijn jullie hier eigenlijk niet een beetje te jong voor?' klinkt het dan.
Dat is 'Hasta la vista'.
'Waarover gaat die film?' vraagt Zoonlief.
'Over drie jongens met een handicap die samen op vakantie gaan naar Spanje,' antwoord ik.
'Lijkt me saai,' reageert Zoonlief.
Ik knik alleen.
Even later diept Zoonlief plots een oud TV-blad op waarin een artikel over 'Hasta la vista' staat.
'Waarom staat hier een blote mevrouw bij?' vraagt hij.
'Omdat ook jongens met een handicap graag eens vrijen,' antwoord ik zo nonchalant mogelijk.
'Zo,' zegt hij, 'nu begrijp ik waarom hier 'hartverwarmende tragikomedie' is geschreven.'
Hij leest nog even verder.
'Zijn jullie hier eigenlijk niet een beetje te jong voor?' klinkt het dan.
maandag 17 juni 2013
Zonder woorden
Ik was mijn boodschappen uit de koffer van mijn wagen aan het laden, toen een tiener in grijsblauw uniform luid en ook wat vals zingend voorbij kwam gefietst. Door de boom aan het begin van onze oprijlaan zag hij me pas op het laatstse nippertje.
'Oei, betrapt!' glimlachte hij.
'Geeft niet,' glimlachte ik terug, 'Fijn dat je er zo'n geweldig examen op hebt zitten!'
'Oei, betrapt!' glimlachte hij.
'Geeft niet,' glimlachte ik terug, 'Fijn dat je er zo'n geweldig examen op hebt zitten!'
maandag 10 juni 2013
Puddingbrood
L., de zoon van onze dorpsbakker is een klasgenoot van Zoonlief.
'Als L. jarig is, trakteert hij altijd met puddingbrood,' vertelt Zoonlief me, 'en dat is héérlijk!'
Ik frons mijn wenkbrauwen. 'Puddingbrood, wat is dat voor iets?'
'Een soort brood met vanillepudding in en hier en daar een rozijntje.' Zoonliefs ogen fonkelen.
Ik heb nog er nooit van gehoord, maar stel me er een koffiekoek ter grootte van een brood bij voor helemaal gevuld met een smeuïge pudding en enkele rozijnen. Hoe je die in sneetjes moet snijden zonder dat het een brij wordt is me een raadsel, maar verder klinkt het wel lekker.
Dan krijg ik keelpijn. Verschrikkelijke keelpijn. Mijn amandelen en al wat er verder nog in mijn keel zit zijn zo opgezwollen dat ik nauwelijks nog kan slikken. Naar mijn gevoel is pudding het enige dat ik nog naar binnen krijg. Die glijdt immers vanzelf door mijn keelholte.
De hele dag door denk ik aan pudding. En aan puddingbrood.
En 's nachts ook, want in mijn droom informeer ik naar zo'n brood bij de bakkerin. Ze beschrijft een nog reusachtigere koffiekoek. 'Het is écht héérlijk,' verzekert ze me, 'Je moet er dan ook genoeg van nemen, want één zo'n brood eet je met gemak met twee personen op.'
Als ik de volgende morgen aan de ontbijttafel met het weinige stemgeluid dat ik nog krijg geproduceerd over mijn droom vertel, gaat me plots een licht op. Dat puddingbrood van Zoonlief is helemaal geen puddingbrood, maar broodpudding. Een bruine massa gemaakt van vies oud brood met suiker, eieren, een beetje vanillepoeder en rozijnen. Een cakeachtig gedoe dat er al eens gegeten uitziet. Bah!
Mijn keelpijn blijft. Slikken gaat nog lang niet. Maar puddingbrood hoef ik niet meer. Ik kom de dagen wel door met yoghurt.
'Als L. jarig is, trakteert hij altijd met puddingbrood,' vertelt Zoonlief me, 'en dat is héérlijk!'
Ik frons mijn wenkbrauwen. 'Puddingbrood, wat is dat voor iets?'
'Een soort brood met vanillepudding in en hier en daar een rozijntje.' Zoonliefs ogen fonkelen.
Ik heb nog er nooit van gehoord, maar stel me er een koffiekoek ter grootte van een brood bij voor helemaal gevuld met een smeuïge pudding en enkele rozijnen. Hoe je die in sneetjes moet snijden zonder dat het een brij wordt is me een raadsel, maar verder klinkt het wel lekker.
Dan krijg ik keelpijn. Verschrikkelijke keelpijn. Mijn amandelen en al wat er verder nog in mijn keel zit zijn zo opgezwollen dat ik nauwelijks nog kan slikken. Naar mijn gevoel is pudding het enige dat ik nog naar binnen krijg. Die glijdt immers vanzelf door mijn keelholte.
De hele dag door denk ik aan pudding. En aan puddingbrood.
En 's nachts ook, want in mijn droom informeer ik naar zo'n brood bij de bakkerin. Ze beschrijft een nog reusachtigere koffiekoek. 'Het is écht héérlijk,' verzekert ze me, 'Je moet er dan ook genoeg van nemen, want één zo'n brood eet je met gemak met twee personen op.'
Als ik de volgende morgen aan de ontbijttafel met het weinige stemgeluid dat ik nog krijg geproduceerd over mijn droom vertel, gaat me plots een licht op. Dat puddingbrood van Zoonlief is helemaal geen puddingbrood, maar broodpudding. Een bruine massa gemaakt van vies oud brood met suiker, eieren, een beetje vanillepoeder en rozijnen. Een cakeachtig gedoe dat er al eens gegeten uitziet. Bah!
Mijn keelpijn blijft. Slikken gaat nog lang niet. Maar puddingbrood hoef ik niet meer. Ik kom de dagen wel door met yoghurt.
maandag 3 juni 2013
Gedicht
Tijd
Toen jij er was
zoefde de tijd net
als hij vroeger deed,
zelfs nog een tikje
sneller.
Nu je er niet meer bent
loert hij van om de hoek,
lacht me vierkant uit,
vertikt het zelfs
te kruipen.
Toen jij er was
zoefde de tijd net
als hij vroeger deed,
zelfs nog een tikje
sneller.
Nu je er niet meer bent
loert hij van om de hoek,
lacht me vierkant uit,
vertikt het zelfs
te kruipen.
©Veerle Schaltin
Abonneren op:
Posts (Atom)

