Monteverde
Door de idee alleen al doe ik het haast in mijn broek, maar een reis door Costa Rica zonder 'canopy' is volgens mijn reisgenoten als Parijs bezoeken zonder de Eiffeltoren te zien. Dus schraap ik al mijn moed bij elkaar en heis mijn benen in de lussen, gesp de riemen rond mijn lijf, zet de helm op mijn hoofd en trek de verstevigde werkmanshandschoenen aan. Een laatste kruisteken en klaar ben ik om langs de ijzeren kabels tussen de boomtoppen te glijden, vijftig meter boven de begane grond. Hoewel, klaar? Ik zou liever terugkeren, maar de gids bevestigt mijn katrol reeds aan de kabel. Ik knijp mijn ogen toe, bijt mijn lippen kapot en zoef biddend dat dit maar goed komt door de jungle. Even later open ik mijn ogen toch, maar vergeet van schrik te genieten van alle schoonheid rondom mij. Manlief en Zoonlief daarentegen roetsjen luid lachend van het ene plateau naar het andere. De adrenaline giert vrolijk door hun lijven. Ze merken mijn angstzweet niet op. Ook niet als we aan het laatste deel van dit parcours toegekomen zijn, de 'Tarzan Swing'. Hier word je aan een touw vastgemaakt en hoef je alleen te springen. Na acht meter vrije val slinger je dan net als de filmheld heen en weer tussen al het groen. Dit doe ik niet! Voor niets ter wereld!
'Wie eerst?' vraagt de gids en meteen antwoordt Zoonlief: 'Ik!' Zijn ogen schitteren. Voor de mijne duikt een mist op.
En daar gaat Zoonlief de dieperik in.'Joehoe!' klinkt het.
Ik vraag me verbijsterd af of die echt mijn genen heeft.
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.
Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.
Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
vrijdag 16 september 2011
donderdag 8 september 2011
Costa Rica (2)
La Fortuna
We wilden langs de flanken van de Arenal-vulkaan wandelen, maar de onophoudelijke regen zorgt ervoor dat we onze plannen veranderen. We bezoeken een slangenmuseum. Er kronkelen niet alleen slangen rond in de bakken, maar je vindt hier ook hagedissen, wandelende takken, schorpioenen, spinnen, vlinders en een heleboel kikkers. Zoals de roodoogmakikikker. Hij is 's nachts actief. Zelf zou ik hem nooit opgemerkt hebben, want slapend is hij niet meer dan een groene bobbel onder een blad. Maar als de gids hem wekt, vouwt hij zijn poten onder zijn lijf uit en kijkt ons met zijn felle ogen verdwaasd aan. We mogen hem over onze hand laten kruipen. Ik kom als laatste aan de beurt. Ondertussen is hij het hartsgrondig beu. En dat zal ik geweten hebben. 't Beest plast waar hij zit. Zijn urine drupt van mijn hand en arm...
We wilden langs de flanken van de Arenal-vulkaan wandelen, maar de onophoudelijke regen zorgt ervoor dat we onze plannen veranderen. We bezoeken een slangenmuseum. Er kronkelen niet alleen slangen rond in de bakken, maar je vindt hier ook hagedissen, wandelende takken, schorpioenen, spinnen, vlinders en een heleboel kikkers. Zoals de roodoogmakikikker. Hij is 's nachts actief. Zelf zou ik hem nooit opgemerkt hebben, want slapend is hij niet meer dan een groene bobbel onder een blad. Maar als de gids hem wekt, vouwt hij zijn poten onder zijn lijf uit en kijkt ons met zijn felle ogen verdwaasd aan. We mogen hem over onze hand laten kruipen. Ik kom als laatste aan de beurt. Ondertussen is hij het hartsgrondig beu. En dat zal ik geweten hebben. 't Beest plast waar hij zit. Zijn urine drupt van mijn hand en arm...
zondag 4 september 2011
Costa Rica (1)
De voorbije weken zat ik niet de hele tijd met mijn schatkist op schoot, hoor. Ik vloog ook samen met Manlief en Zoonlief naar Costa Rica. Daar beleefden we een heleboel bijzondere dingen waarvan ik er graag enkele met jullie deel.
Tortuguero
Er is amper kleur in de lucht te bespeuren als een kokosnotenregen op het dak van onze lodge ons wekt. De beesten zijn hier wel erg vroeg actief. Maar het komt ons goed uit, want we wilden toch voor dag en dauw de natuur intrekken. We springen dus uit ons bed, slurpen van de koffie die voor ons onder het afdak werd klaargezet, scharen enkele crackers mee en begeven ons naar de aanlegplaats voor de boten.
Even later peddelen we met een kano over de rivier. Een reiger strijkt vlak naast ons neer in het struikgewas. Een slangehalsvogel koos de struik ernaast uit om zijn vleugels te laten drogen. Jezus Christus-hagedissen verwonderen ons door, net als de Heilige Man lang geleden, vlak naast ons bootje zomaar over het water te lopen. Ondertussen staren kaaimannen ons vervaarlijk aan. Een leguaan dut op een tak. En hoog in een boom is een luiaard in dromenland. Plots kraakt iets vlak boven ons. Een kapucijnaap speelt er in de takken die boven het water hangen. Als hij merkt dat onze ogen op hem gericht zijn, tikt hij herhaaldelijk met zijn vinger tegen zijn slaap. Jullie zijn goed gek, zie ik hem denken. Hij heeft vast gelijk. Waarom dobberen we anders op dit onmenselijk vroege uur in dit krakkemikkig bootje rond?
Maar weet je, 't is fantastisch zo gek te mogen zijn!
Tortuguero
Er is amper kleur in de lucht te bespeuren als een kokosnotenregen op het dak van onze lodge ons wekt. De beesten zijn hier wel erg vroeg actief. Maar het komt ons goed uit, want we wilden toch voor dag en dauw de natuur intrekken. We springen dus uit ons bed, slurpen van de koffie die voor ons onder het afdak werd klaargezet, scharen enkele crackers mee en begeven ons naar de aanlegplaats voor de boten.
Even later peddelen we met een kano over de rivier. Een reiger strijkt vlak naast ons neer in het struikgewas. Een slangehalsvogel koos de struik ernaast uit om zijn vleugels te laten drogen. Jezus Christus-hagedissen verwonderen ons door, net als de Heilige Man lang geleden, vlak naast ons bootje zomaar over het water te lopen. Ondertussen staren kaaimannen ons vervaarlijk aan. Een leguaan dut op een tak. En hoog in een boom is een luiaard in dromenland. Plots kraakt iets vlak boven ons. Een kapucijnaap speelt er in de takken die boven het water hangen. Als hij merkt dat onze ogen op hem gericht zijn, tikt hij herhaaldelijk met zijn vinger tegen zijn slaap. Jullie zijn goed gek, zie ik hem denken. Hij heeft vast gelijk. Waarom dobberen we anders op dit onmenselijk vroege uur in dit krakkemikkig bootje rond?
Maar weet je, 't is fantastisch zo gek te mogen zijn!
zondag 31 juli 2011
Mijn schatkist
Een prachtige zin die me plots te binnen schiet, de aanzet van een gedicht, een bijzonder citaat, een verhaalidee,... bewaar ik alle in deze doos. Ze kreeg een ereplaats op mijn bureau.
Ik kruip wel eens met de doos op mijn schoot op de bank en blader dan tussen de woorden. Als ik geluk heb groeide de zin tot een verhaalscène of de gedichtenregels tot een brok poëzie. Door het verhaalidee trippelen soms heuse personages of tekenen de plaatsen waar alles zich afspeelt zich duidelijk af.
Op zulke momenten trek ik me terug met mijn laptop, pen en papier. Het durft dan lang, heel lang stil blijven op dit blog.
woensdag 20 juli 2011
Gedicht
Zullen we nog spetteren
in speelse golven,
nippen van elkaars zee
en langzaam dronken worden?
Zullen we nog kwetteren
in hoge bomen,
klimmen tot op de maan
en hand in hand naar beneden duiken?
Zullen we nog knetteren
voor het haardvuur,
dansen in de vlammen
en smelten als chocola op onze tong?
Zullen we nog?
zondag 17 juli 2011
De koudste julidag sinds de weerwaarnemingen in 1833
10 juli 2011:
W. en T. laten de champagne knallen. Vandaag werd hun dochtertje, Jana geboren. Meer dan tien jaar liet ze op zich wachten. Grote zus, Elise (14 jaar) mag meter zijn. Daar is ze ontzettend fier op. 'Ik hoop dat mama en papa nog regelmatig een stapje in de wereld gaan zetten,' zegt ze, 'want op dit schatje wil ik wel alle dagen babysitten.'
12 juli 2011:
Elise ontwaakt met een verschrikkelijke pijn ter hoogte van haar borst. Haar papa voert haar naar het ziekenhuis. Het ene onderzoek volgt er het andere op. Elise houdt het niet meer van de pijn en wordt in een kunstmatige coma gebracht. Het vlijmscherpe verdict valt: botkanker. Een gezwel zo groot als een tennisbal drukt op Elises borstbeen. Baby Jana slaapt door dit vreselijke nieuws door.
14 juli 2011:
De artsen stellen een zware behandeling voor. Maar voor die kan opgestart worden overlijdt Elise.
Het is de koudste julidag sinds de weerwaarnemingen in 1833. In ons dorp is het nog een heel pak kouder.
Ik wens de familie van Elise heel veel sterkte toe.
W. en T. laten de champagne knallen. Vandaag werd hun dochtertje, Jana geboren. Meer dan tien jaar liet ze op zich wachten. Grote zus, Elise (14 jaar) mag meter zijn. Daar is ze ontzettend fier op. 'Ik hoop dat mama en papa nog regelmatig een stapje in de wereld gaan zetten,' zegt ze, 'want op dit schatje wil ik wel alle dagen babysitten.'
12 juli 2011:
Elise ontwaakt met een verschrikkelijke pijn ter hoogte van haar borst. Haar papa voert haar naar het ziekenhuis. Het ene onderzoek volgt er het andere op. Elise houdt het niet meer van de pijn en wordt in een kunstmatige coma gebracht. Het vlijmscherpe verdict valt: botkanker. Een gezwel zo groot als een tennisbal drukt op Elises borstbeen. Baby Jana slaapt door dit vreselijke nieuws door.
14 juli 2011:
De artsen stellen een zware behandeling voor. Maar voor die kan opgestart worden overlijdt Elise.
Het is de koudste julidag sinds de weerwaarnemingen in 1833. In ons dorp is het nog een heel pak kouder.
Ik wens de familie van Elise heel veel sterkte toe.
donderdag 14 juli 2011
Siësta
In 2008 schreef ik:
Als ik thuiskom zorgt een oranje streep boven de boomtoppen voor wat kleur in de sombere hemel. Een vlucht eenden trekt voorbij. Een paard hinnikt. Op het veld is een gebogen schim druk in de weer. Een knalgele driehoek beschermt zijn hoofd tegen de regendruppels. Deze vogelverschrikker is hier een vast ingrediënt zoals spek in een boerenomelet.
‘Joe!’, buldert hij naar me. Ik zwaai terug en ren gauw naar binnen.
Als ik wat later naar buiten kijk is het opgehouden met regenen. Er is geen beweging meer op de akker. De boer ligt met zijn benen opgetrokken in de natte graskant. Roerloos. Zijn gele hoed even verderop.
Die heeft iets gekregen, flitst door me heen. Wat nu? Een ziekenwagen bellen? Zijn oude vader verwittigen? Als versteend staar ik voor me uit. Dan bedenk ik dat ik best eerst even kan kijken hoe erg het met hem is gesteld. Misschien kan hij nog praten. Net als ik de voordeur opendoe sukkelt hij weer overeind. Hij rekt zich langzaam uit.
‘Alles oké?’ roep ik.
‘Ja, effe ingedommeld!’ brult hij. Hij bukt zich en zet de driehoek weer op zijn hoofd. Dan stapt hij naar zijn kar toe en duwt ze voort tussen de groentebedden.
Enkele dagen geleden lag hij opnieuw in de graskant. Niet ik merkte hem op, maar een voorbijrijdende fietser. Hij belde wel een ziekenwagen. Geen hulp kon nog baten.
Overbuur is niet meer.
Abonneren op:
Posts (Atom)