Manlief is vroeger thuis dan voorzien en we besluiten voor het avondeten nog gauw een ommetje te maken. Een eind voor ons wandelen een vrouw en haar blindengeleidehond. Ze houden er stevig de pas in tot de hond plots stopt en aan een struik snuffelt. Hij maakt een plasje en zet enkele passen vooruit. Opnieuw ruikt hij aan een struik, opnieuw heft hij zijn achterpoot. Dan schiet hij een oprit op, draait om de vrouw heen en probeert rechtsomkeert te maken.
Als we hen inhalen vraagt de vrouw: 'Zijn we hier bij de dierenarts?'
'Nee,' antwoord ik, 'die woont nog een paar huizen verder.'
'Ik vreesde het al,' zucht ze, 'Rico heeft weer schrik...'
We begeleiden haar tot aan de voordeur van de dierendokter. De hond sleept ze ondertussen achter zich aan.
'Dank je,' lacht ze.
Maar de hond kijkt droevig. 'Moesten jullie nu echt helpen...?' lees ik in zijn bange ogen.
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast
Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.
Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.
Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.
donderdag 6 oktober 2011
maandag 3 oktober 2011
Gedicht
Wind
Als jouw wind
door mijn haren waait
wapperen mijn gedachten
langzaam mee
dwarrelen ze
de wereld in
en worden
groots
Als jouw wind
door mijn haren waait
wapperen mijn gedachten
langzaam mee
dwarrelen ze
de wereld in
en worden
groots
donderdag 29 september 2011
Costa Rica (8)
Terugvlucht
Na deze fantastische, maar best wel drukke reis ben ik moe. Na het hollen op Newark Airport om ons vliegtuig te halen (het scheelde geen haar of we hadden het gemist) zelfs doodmoe. Ik kijk dan ook uit naar een heerlijke dut en ben blij als de stewards het avondmaal eindelijk hebben afgeruimd. Voor ik mijn ogen dichtknip zeg ik 'slaapwel' tegen Zoonlief.
Hij glimlacht flauwtjes en drukt op het touch screen op de rugleuning voor hem.
'Zou je niet ook slapen nu?' probeer ik, 'In België is het nu al na middernacht, hoor. Als we er landen is het in Costa Rica nog nacht, maar begint voor ons de dag.'
'Mmmm...' mompelt hij. Mannetjes lopen af en aan over zijn scherm. Hij drukt alsof zijn leven ervan afhangt. Eén seconde kijkt hij me toch aan. Met vragende ogen: 'Eventjes maar...?'
'Goed,' knik ik, 'Maar echt niet te lang!' Mijn ogen vallen toe. Als ik ze weer open dansen er nog steeds mannetjes over het scherm voor Zoonlief. In Costa Rica is het ondertussen ook al na middernacht.
'Slaap jij nu nog niet?' schrik ik. Dit keer ben ik onverbiddelijk. De spelcomputer moet uit. Hij moppert, maar duikt toch weg onder zijn deken. Ik slaap gerustgesteld verder.
Als de steward me een poos later wekt voor het ontbijt is er weer heel wat beweging op het scherm voor Zoonlief. Hij drukt gefascineerd op allerlei knopjes. Ik zucht, maar beperk me verder tot 'goeiemorgen'.
Weer thuis hebben Manlief en ik last van jetlag. Ook Zoonlief is uit zijn gewone doen. Heeft hij eveneens last van het uurverschil? Of is het het nachtje doordoen dat hem parten speelt? We zullen het nooit weten.
Na deze fantastische, maar best wel drukke reis ben ik moe. Na het hollen op Newark Airport om ons vliegtuig te halen (het scheelde geen haar of we hadden het gemist) zelfs doodmoe. Ik kijk dan ook uit naar een heerlijke dut en ben blij als de stewards het avondmaal eindelijk hebben afgeruimd. Voor ik mijn ogen dichtknip zeg ik 'slaapwel' tegen Zoonlief.
Hij glimlacht flauwtjes en drukt op het touch screen op de rugleuning voor hem.
'Zou je niet ook slapen nu?' probeer ik, 'In België is het nu al na middernacht, hoor. Als we er landen is het in Costa Rica nog nacht, maar begint voor ons de dag.'
'Mmmm...' mompelt hij. Mannetjes lopen af en aan over zijn scherm. Hij drukt alsof zijn leven ervan afhangt. Eén seconde kijkt hij me toch aan. Met vragende ogen: 'Eventjes maar...?'
'Goed,' knik ik, 'Maar echt niet te lang!' Mijn ogen vallen toe. Als ik ze weer open dansen er nog steeds mannetjes over het scherm voor Zoonlief. In Costa Rica is het ondertussen ook al na middernacht.
'Slaap jij nu nog niet?' schrik ik. Dit keer ben ik onverbiddelijk. De spelcomputer moet uit. Hij moppert, maar duikt toch weg onder zijn deken. Ik slaap gerustgesteld verder.
Als de steward me een poos later wekt voor het ontbijt is er weer heel wat beweging op het scherm voor Zoonlief. Hij drukt gefascineerd op allerlei knopjes. Ik zucht, maar beperk me verder tot 'goeiemorgen'.
Weer thuis hebben Manlief en ik last van jetlag. Ook Zoonlief is uit zijn gewone doen. Heeft hij eveneens last van het uurverschil? Of is het het nachtje doordoen dat hem parten speelt? We zullen het nooit weten.
woensdag 28 september 2011
Costa Rica (7)
Manuel Antonio
Onze wandeling in het Nationaal Park Manuel Antonio eindigt aan een strand dat zich uitstekend zou lenen voor een reclamespot van Fa-douchemelk. We laten onze spulletjes achter bij een boomstronk en duiken meteen in zee. Het water voelt heerlijk warm aan. We springen telkens weer in de metershoge golven tot we te moe zijn en de zee zomaar over ons heen beukt. We leggen ons languit in het witte zand. Even later haal ik onze picknick te voorschijn.
'Be carefull,' hoor ik, zodra ik een perzik voor Zoonlief begin te schillen. Toeristen wijzen naar het bos achter ons. Vanuit het woud sluipen twee leguanen naar ons toe. Het vrouwtje kijkt ons vanop een redelijke afstand doordringend aan. Het mannetje heeft nog nooit van gevaar gehoord en komt dichterbij. Heel dichtbij zelfs, tot op slechts een halve meter van ons vandaan. Hij heeft het duidelijk op de perzik gemunt. Maar dieren voederen is verboden. Dus eten we ons fruit zelf op. Pech!
Ook als we de perzik binnengespeeld hebben blijven de twee nog een hele poos rond ons dralen. Het vrouwtje is de eerste die het opgeeft en weer naar het woud kruipt. Pas dan zet ook het mannetje zijn zinnen op iets anders. Namelijk op haar. Nu hij niet van de perzik kunnen snoepen heeft verdient hij wel een ander pleziertje. Hij knikt met zijn kop en schuifelt in haar richting. Zij springt op een boomtak. Hij blaast zijn kaakkwab op. Zij klimt wat hoger in de boom. Hij knikt weer, pompt en springt. Mis. Hij landt in het zand. Het vrouwtje schiet weg. Hij pompt opnieuw, springt en wiebelt aan de tak. Hij heist zich hoger in de boom. Maar ondertussen is het vrouwtje nergens meer te bespeuren. Dat is dus twee keer pech!
Onze wandeling in het Nationaal Park Manuel Antonio eindigt aan een strand dat zich uitstekend zou lenen voor een reclamespot van Fa-douchemelk. We laten onze spulletjes achter bij een boomstronk en duiken meteen in zee. Het water voelt heerlijk warm aan. We springen telkens weer in de metershoge golven tot we te moe zijn en de zee zomaar over ons heen beukt. We leggen ons languit in het witte zand. Even later haal ik onze picknick te voorschijn.
'Be carefull,' hoor ik, zodra ik een perzik voor Zoonlief begin te schillen. Toeristen wijzen naar het bos achter ons. Vanuit het woud sluipen twee leguanen naar ons toe. Het vrouwtje kijkt ons vanop een redelijke afstand doordringend aan. Het mannetje heeft nog nooit van gevaar gehoord en komt dichterbij. Heel dichtbij zelfs, tot op slechts een halve meter van ons vandaan. Hij heeft het duidelijk op de perzik gemunt. Maar dieren voederen is verboden. Dus eten we ons fruit zelf op. Pech!
Ook als we de perzik binnengespeeld hebben blijven de twee nog een hele poos rond ons dralen. Het vrouwtje is de eerste die het opgeeft en weer naar het woud kruipt. Pas dan zet ook het mannetje zijn zinnen op iets anders. Namelijk op haar. Nu hij niet van de perzik kunnen snoepen heeft verdient hij wel een ander pleziertje. Hij knikt met zijn kop en schuifelt in haar richting. Zij springt op een boomtak. Hij blaast zijn kaakkwab op. Zij klimt wat hoger in de boom. Hij knikt weer, pompt en springt. Mis. Hij landt in het zand. Het vrouwtje schiet weg. Hij pompt opnieuw, springt en wiebelt aan de tak. Hij heist zich hoger in de boom. Maar ondertussen is het vrouwtje nergens meer te bespeuren. Dat is dus twee keer pech!
zondag 25 september 2011
Costa Rica (6)
Las Juntas
Op weg naar onze volgende bestemming houden we halt in een klein dorp. We stappen een lokaal restaurant binnen om een hapje te eten. Toevallig is de mis net uit en druppelen ook vele dorpsbewoners binnen. Vooral jonge stelletjes met hun kroost. Piepjonge stelletjes. Meisjes en jongens van amper twintig jaar met een stuk of drie pagadders. Pubers van hooguit vijftien met een snoezelige baby. Ach ja, misschien zien deze Middenamerikaanse mensen er een tikje jonger uit dan ze zijn. Maar het zijn en blijven kinderen.
Tienersmoeders, bij ons maken ze er een tv-programma over. Hier is het blijkbaar de doodgewoonste zaak.
Op weg naar onze volgende bestemming houden we halt in een klein dorp. We stappen een lokaal restaurant binnen om een hapje te eten. Toevallig is de mis net uit en druppelen ook vele dorpsbewoners binnen. Vooral jonge stelletjes met hun kroost. Piepjonge stelletjes. Meisjes en jongens van amper twintig jaar met een stuk of drie pagadders. Pubers van hooguit vijftien met een snoezelige baby. Ach ja, misschien zien deze Middenamerikaanse mensen er een tikje jonger uit dan ze zijn. Maar het zijn en blijven kinderen.
Tienersmoeders, bij ons maken ze er een tv-programma over. Hier is het blijkbaar de doodgewoonste zaak.
woensdag 21 september 2011
Costa Rica (5)
Rincon de la Vieja
Na onze douche van gisteren laten we ons niet afschrikken door het donkere wolkenpak en trekken weer de jungle in. We gaan op zoek naar vulkanische bronnen, borrelende modderputten en plaatsen waar de aarde alle kleuren van de regenboog heeft en hete gassen zomaar uit de grond opstijgen. De natuur is ruwer hier. We klauteren over de wortels van de woudreuzen en beklimmen glibberige rotsen.
Al gauw begint het te druppen en even later valt de regen weer met bakken uit de lucht. De wandelpaden transformeren tot watervallen. Het is zoeken welke richting we uit moeten nu. Gelukkig kunnen we op onze neus voortgaan. De rotte eiergeur verraadt immers waar we moeten zijn. Onze poncho's beschermen ons lijf een beetje tegen het vele nat, maar toch zeikt de regen langs onze benen naar beneden. Onze voeten soppen in onze schoenen.
We vinden het best avontuurlijk allemaal. Alleen onze schoenen hebben pech. Hun vakantie is voorbij. Alle volgende dagen moeten ze immers staan drogen.
Na onze douche van gisteren laten we ons niet afschrikken door het donkere wolkenpak en trekken weer de jungle in. We gaan op zoek naar vulkanische bronnen, borrelende modderputten en plaatsen waar de aarde alle kleuren van de regenboog heeft en hete gassen zomaar uit de grond opstijgen. De natuur is ruwer hier. We klauteren over de wortels van de woudreuzen en beklimmen glibberige rotsen.
Al gauw begint het te druppen en even later valt de regen weer met bakken uit de lucht. De wandelpaden transformeren tot watervallen. Het is zoeken welke richting we uit moeten nu. Gelukkig kunnen we op onze neus voortgaan. De rotte eiergeur verraadt immers waar we moeten zijn. Onze poncho's beschermen ons lijf een beetje tegen het vele nat, maar toch zeikt de regen langs onze benen naar beneden. Onze voeten soppen in onze schoenen.
We vinden het best avontuurlijk allemaal. Alleen onze schoenen hebben pech. Hun vakantie is voorbij. Alle volgende dagen moeten ze immers staan drogen.
maandag 19 september 2011
Costa Rica (4)
Rincon de la Vieja
We zijn nog geen vijf minuten aan het stappen als een neusbeertje vlak voor onze ogen een kikker opgraaft en verorbert. Iets dieper in het woud fluit een kokende waterketel. Of is het het fluitketelvogeltje? Het beestje laat zich niet zien. Vele van zijn soortgenoten doen dat wel. We ontdekken talrijke insecten waarvan we het bestaan nooit hadden vermoed en bewonderen een stoet hardwerkende parasolmieren. Prachtige vlinders fladderen van de ene kleurrijke bloem naar de andere. Tegen de stam van een reusachtige boom slaapt een vleermuizenfamilie.
Er zitten best enkele venijnige klimmetjes in deze wandeling. En dat bij deze hitte! Onze kleren plakken aan ons lijf.
Als we na enkele uren bij de waterval aankomen duiken we dan ook meteen het meertje ervoor in. Zalig!
Maar na een lekker lange zwempartij moeten we natuurlijk ook nog de hele weg terug. De zon verstopt zich af en toe, maar het blijft bloedheet. Het klimmen en klauteren valt ons almaar zwaarder. Onze kleren plakken zo mogelijk nog harder nu. Tot plots enkele regendruppels ons verfrissen. Ze komen als geroepen. Even later klatert de regen uit de lucht zoals hij in ons Belgenlandje nog nooit heeft geklaterd. Het spuit gewoon. We worden door en door nat. Maar ook dit is zalig. Nog nooit heb ik zo intens genoten van een stortbui.
We zijn nog geen vijf minuten aan het stappen als een neusbeertje vlak voor onze ogen een kikker opgraaft en verorbert. Iets dieper in het woud fluit een kokende waterketel. Of is het het fluitketelvogeltje? Het beestje laat zich niet zien. Vele van zijn soortgenoten doen dat wel. We ontdekken talrijke insecten waarvan we het bestaan nooit hadden vermoed en bewonderen een stoet hardwerkende parasolmieren. Prachtige vlinders fladderen van de ene kleurrijke bloem naar de andere. Tegen de stam van een reusachtige boom slaapt een vleermuizenfamilie.
Er zitten best enkele venijnige klimmetjes in deze wandeling. En dat bij deze hitte! Onze kleren plakken aan ons lijf.
Als we na enkele uren bij de waterval aankomen duiken we dan ook meteen het meertje ervoor in. Zalig!
Maar na een lekker lange zwempartij moeten we natuurlijk ook nog de hele weg terug. De zon verstopt zich af en toe, maar het blijft bloedheet. Het klimmen en klauteren valt ons almaar zwaarder. Onze kleren plakken zo mogelijk nog harder nu. Tot plots enkele regendruppels ons verfrissen. Ze komen als geroepen. Even later klatert de regen uit de lucht zoals hij in ons Belgenlandje nog nooit heeft geklaterd. Het spuit gewoon. We worden door en door nat. Maar ook dit is zalig. Nog nooit heb ik zo intens genoten van een stortbui.
Abonneren op:
Posts (Atom)